Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij hem geen kwaad zou doen. Toen maakte hij haar uit den strik los.

„Zij waren een eindweegs samen gegaan. Toen kreeg de Slang een hevigen honger en schoot op den man af om hem op te eten. In grooten angst sprong deze op zijde en riep:

„„Hoenu ? Wilt ge mij in het verderf storten ? Hebt ge den dienst vergeten, dien ik u bewezen heb? Weet ge niet, dat ge mij hebt beloofd, dat ge mij geen kwaad zoudt doen ?" waarop de Slang ten antwoord gaf: „Voor allen kan ik verantwoorden, wat ik doen wil; want de honger noodzaakt er mij toe, en nood breekt wet."

„Hierop antwoordde de man: „Kan het dan niet anders, laat mij dan nog zoolang vrij, totdat wij iemand aantreffen, die ons geschil kan beslechten."

„Dus gingen zij zoolang met elkaar voort, totdat zij den Kraai Korbout met zijn zoon ontmoetten, aan wie zij de geheele zaak meedeelden. Korbout was van meening, dat de Slang de man mocht opeten, hopende, dat hij en zijn zoon er dan ook een stuk van zouden krijgen. De Slang zeide tegen den man: „Wat dunkt u? Heb ik het pleit niet gewonnen?" waarop deze ten antwoord gaf: „Hoe zal nu een roover deze zaak kunnen uitmaken? Ook mag één alleen er niet over beslissen. Laat ons er drie of vier anderen over hooren, die verstand van rechtzaken hebben. Laat ons dus daarheen gaan, waar

Sluiten