Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXI.

Hoe Reinaart zich over Kuwaarts dood en alle andere aanklachten verontschuldigde en een verhaal omtrent zekere kleinoodiën deed.

Toen richtte Reinaart de Yos het woord tot den Koning en sprak: „Mijnheer de Koning, wat zeidet ge daar? Is Kuwaart de Haas dood? En waar is Bellijn de Ram? Wat bracht hij u, toen hij hier kwam? Want ik gaf hem drie kleinoodiën mee, en ik zou wel eens willen weten, waar die gebleven zijn. Hij moest één daarvan aan u geven en de twee andere aan Mevrouw de Koningin."

„Bellijn bracht ons niets anders mee," gaf de Koning hierop ten antwoord, „dan den kop van Kuwaart, zoodat ik wraak op hem nam en hem ter dood liet brengen. Hij zeide zelf, die snoodaard, dat hij den moord had aangeraden."

„Och, Mijnheer de Koning," sprak Reinaart nu, „is dit waar? Wee mij, dat ik ooit werd geboren!

Sluiten