Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schatten, als zij hem hielpen. Maar toen hij bij niemand baat vond, trof hij een Kraanvogel aan, die een langen hals en een scherpen bek had, en verzocht hem, dat hij hem zou helpen, als wanneer hij hem eene aanzienlijke belooning zou geven.

„De Kraanvogel hoorde dit aanbod aan, stak zijn kop in den keel van den Wolf en trok er het been uit. Dit deed den Wolf pijn, en hij riep: „Drommels! ge doet mij zeer! Maar ik vergeef het u! Doe het niet meer!"

„„Isegrim!" sprak de Kraanvogel, „ge zijt gered. Geef mij nu wat ge mij beloofd hebt."

„„Hoor dien gek nu eens aan!" riep de Wolf uit. „Ik lijd zelf pijn, en nu wil hij nog een belooning van mij hebben! Hij denkt er niet aan, dat ik hem genadig behandeld heb; want hij stak zijn kop in mijn keel, en ik liet er hem het been uittrekken. Hij heeft mij daarmee pijn gedaan. Als iemand daarvoor eene belooning zou ontvangen, dan zou ik het moeten zijn."

„Zóó beloonen schurken degenen, die hun een dienst bewijzen. Zóó gaan recht en eer te niet.

„Dit alles en nog veel meer was er op den spiegel afgebeeld. En omdat die kleinoodiën te mooi waren om ze voor mij zelf te houden, had ik ze aan Mijnheer den Koning en Mevrouw de Koningin gezonden. Waar zijn deze geschenken nu? O, wat waren mijne twee kinderen boos, toen ik den spiegel

Sluiten