Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mijnheer Isegrim, nu hoort ge, wat ik moet hebben: uw lever moet mij doen herstellen." De Wolf gaf hierop ten antwoord: „Mijnheer de Koning, dat kan niet; want ik ben nog geen vijfjaar oud; ik heb het mijn moeder zelf hooren zeggen." Nu bracht mijn vader in het midden: „Mijnheer de Koning, stoor u niet aan zijne woorden! Laat hem openen, dan zal ik aan zijn lever wel zien, of hij de waarheid spreekt." En terstond werd de Wolf naar de keuken gebracht en werd hem de lever uit het lijf gesneden. De Koning at haar op en herstelde van zijne ziekte. Daarom betuigde de Koning aan mijn vader zijn dank en beval aan zijne hovelingen, dat men hem voortaan „dokter Reinaart" zou noemen, en dat wel op straffe des doods.

„Hij bleef voortaan aan 's Konings hof en moest altijd aan diens rechterzijde loopen. Zijn kop werd met een krans van rozen omwonden, dien de Koning hem gaf om hem eer te bewijzen. Nu is dit alles veranderd: de gulzige schurken worden verhoogd, en de wijsheid zet men achteraf.

„Mijnheer de Koning, dit is in uwe jeugd gebeurd, en lichtelijk is het u ontgaan. Maar niet alleen mijn vader, ik heb zelf ook veel voor uwe eer gedaan. Dit trok toen uw welgevallen, al zijt ge er mij nu ook weinig dankbaar voor. Niet dat ik mij daarop zou beroemen; want ik ben verplicht, te allen tijde voor u te doen wat ik vermag.

Sluiten