Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leugenaar, en bovenal zijt gij dit, Mijnheer Isegrim. Ik raap den handschoen op!"

De Koning zeide: „Stelt beiden twee getuigen en komt morgen in het strijdperk als kampioenen, om te doen wat ge schuldig zijt te doen!"

Toen werden Tibert de Kater en Bruin de Beer de getuigen van Isegrim den Wolf, en Bijteluis de Aap en Grimbaard de Das die van Reinaart den Yos.

Zoodra alles geregeld was, zei de Apin tegen hem: „Neef, wees zeer voorzichtig bij het tweegevecht! Uw oom leerde mij eenige woorden, die heilzaam zijn voor dengene, die vechten moet. Men kan dengene in geen strijd overwinnen, over wien men deze woorden uitspreekt. Daarom, neef, wees onbevreesd : ik zal ze u morgen 'doen hooren. Dan behoeft ge u over den Wolf niet ongerust te maken en zal hij u niet kunnen overwinnen."

De Yos bedankte haar en verklaarde, dat zijne zaak rechtvaardig was en dat hij daarom niet aan den goeden uitslag twijfelde.

Al de bloedverwanten van Reinaart bleven gedurende den nacht bij hem en verkortten hem den tijd. Mevrouw Ruikenauw, die hem bijzonder genegen was, knipte hem al het haar tusschen kop en staart af en smeerde hem toen met olie in. Daardoor werd zijn rug zóó glad, dat men nergens vat op hem kon krijgen. Toen zeide zij tegen hem: „Neef, ge moet uw staart tusschen uwe pooten

11

Sluiten