Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gras te slapen, totdat de zon opgegaan was, als wanneer de Otter naar hem toe kwam en tegen hem zeide, dat het tijd was om op te staan. Hij gaf hem een jongen eendvogel, zeggende: „Neef, menigen sprong heb ik vannacht gedaan, voordat ik dezen vogel hier bracht, dien ik aan een vogelkooper ontnam. Neem dien en eet hem op!"

„Weigerde ik dit," sprak de Yos, „dan zou ik wel een dwaas moeten zijn. Dat ge mijner gedachtig geweest zijt, daarvoor zal het loon niet uitblijven. Blijf ik in leven, dan zal ik het u vergelden."

Reinaart at wat hem gegeven was. Het smaakte hem wel, het ging er goed in. Daarna dronk hij vier groote teugen water uit een fontein. Toen begaf hij zich met zijne bloedverwanten, die hem liefhadden, naar het strijdperk.

Toen de Koning zag, dat Reinaart geschoren en over zijn geheele vel ingesmeerd was, zeide hij: „Zoo, looze Vos Reinaart, men kan zich in uw vel wel spiegelen!"

Hij neeg voor den Koning en de Koningin en begaf zich naar het strijdperk, waar de Wolf al was aangekomen met degenen, die hem liefhadden. De krijtwachters waren de Luipaard en de Los. Eerst zwoer de Wolf, dat de Yos een moordenaar en een verrader was, en daarna Reinaart de Yos, dat hij loog.

Toen deze eeden gezworen waren, spraken de krijtwachters: „Doet wat ge schuldig zijt te doen!"

Sluiten