Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden wij hem niet meer als familielid erkennen."

Reinaart bedankte den Koning nu insgelijks en knielde voor hem neer, zeggende: „Mijnheer de Koning, ik ben de eer, die ge mij aandoet, niet waardig. Ik zal aan uwe woorden gedachtig zijn, u mijn leven lang getrouw blijven en u altijd goeden raad geven."

Hierop verliet Reinaart met zijne bloedverwanten het hof.

Terwijl dit gebeurde, haalden Bruin, Tibert en Mevrouw Hersinde Isegrim uit het strijdperk onder het aanheffen van luide klachten. Zij droegen hem op een rustbed van hooi weg. Men onderzocht zijne wonden en vond er wel vijftien. Er kwamen geneesheeren, die hem verbonden. Hij gevoelde zich zóó ellendig, dat hij alle gevoel scheen verloren te hebben. Maar zij wreven hem met kruiden in, zoodat hij uit zijne verdooving bijkwam en zulk een luiden kreet slaakte, dat allen, die bij hem stonden, er van ontstelden. De geneesheeren gaven hem een drank, die hem versterkte en wat rust gaf. Zij troostten zijne vrienden en zeiden, dat hij er wel weer van zou opkomen.

Toen verlieten alle Dieren het hof om naar huis terug te keeren. Ook Reinaart nam afscheid van den Koning en de Koningin, die hem verzochten, niet lang weg te blijven, maar spoedig naar hen terug te keeren.

Sluiten