Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HAMBURG: Bibl. der Hansestadt Hamburg; fragment. XIVo eeuw.

WENEN : Nationalbibl : In cod. 13708 raembr., XlV-XVe eeuw, Ile Partie en fragm. van Ille Partie.

Verder hebben fragmenten vertoefd of vertoeven te :

BRESLAU : Univ. Bibl.

DOUAI : Bibliothèque : hs. fragment overgeschreven door Abbé D. Carnel. HANDSCHRIFTEN van de « Spieghel Historiael » werden gevonden o.a. te : Breda en Steenbergen (door A. G. Kleyn), Megen (1858), Deventer, Zutfen, Maastricht, Leiden, Gent (door F. Vanderhaeghen), Brugge, Leuven, Brussel (Kon. VI. Akad.), Cheltenham, Oxford, Breslau (door Hoffmann von Fallersleben), Darmstadt, Büdingen (door W. Crecelius, Ysenbrugse Archief), Wenen (in 1869 door F. von Hellwald in de Nationalbibl.).

xn ü>tropï)töd[)e <§ebtcj)ten

Datum ; De grootste vermaardheid verwierf JACOB VAN MAERLANT met zijn

« Strophische Gedichten », een algemene benaming voor verscheidene didactisch-lyrische gedichten die hem toegekend worden. De datum, waarop elk dezer werken geschreven werd, is moeilijk nader te bepalen ; zij werden zowat op alle tijdstippen van zijn leven opgesteld, de meeste in de jaren tussen de « Rijmbijbel » en de SPIEGHEL HISTORIAEL.

Bepaling : Al deze gedichten hebben een bepaalde vorm gemeen, waarom zij onder

éénzelfde benaming in de geschiedenis van onze letterkunde bekend staan. De strophen van Van Maerlant volgen een andere rhythmische bouw dan de Provencaalse strophe, zoals bv. deze van zijn tijdgenote Hadewych. Het Maerlants gedicht is een verwerkte vorm van Latijnse kerkhymnen : een strophe van 13 verzen met de rijmorde aab, aab, aab, aab, b, met 4 heffingen in de a-regels en 3 in de b-regels, waarbij de b-rijmen doorgaans korter zijn dan de a-rijmen. Elke strophe sluit met een 13e vers, daarom « clausule » genaamd, in b-rijm.

Auteurs : We staan dus voor een volmaakt model van strophe, wat zeer belangrijk

bleek te zijn voor datering en authenticiteit van deze gedichten. De vele afwijkingen van de gestereotypeerde vorm zijn oorzaak, dat voor geen enkele ervan eensgezindheid kon bereikt worden over beide vragen : op welk tijdstip werden zij geschreven? en zijn ze wel van Van Maerlant? Men beschikt zelfs over geen enkel afdoend bewijs dat ook maar één dezer gedichten van Van Maerlant is. Doch, ondanks alle geopperde bezwaren, meent men ze « als een eenheid te moeten beschouwen, die het werk is van éénzelfde maker, die niemand anders kan zijn dan Jacob Van Maerlant. Zo staan wij nog het veiligst » (Dr J. Van Mierlo).

Volgorde : Aangezien zij, bij gebrek aan een vaste datering, niet in chronologische

volgorde kunnen opgesomd worden, vindt men de Strophische Gedichten hier gerangschikt volgens de ontwikkeling van de strophenbouw : « Van Ons Heren Wonden », « Vanden V Vrouden », « Vanden Lande van Oversee », « Der Kerken Claghe », « Die Clausule vander Bible », « Vander Drievoudichede » (Martijn III), « Disputacie van Onser Vrouwen ende vanden heiligen Cruce », « Wapene Martijn» (Martijn I), « Dander Martijn» (Martijn II), «Vanden Verkeerden Martijn ».

Toegeschreven Buitendien mogen hier nog vermeld een viertal werken, dit verkeerdelijk

werken : aan Jacob Van Maerlant werden toegekend :

DBOEC VANDEN HOUTE, een legende van het Kruishout, van na 1283 (780 verzen bewaard) ;

VANDEN NEGHEN BESTEN, door Hennen Van Merchtene, een leer in de riddereer volgens de negen beste ridders, (XVe eeuw) ;

SCALC ENDE CLERC, van een onbekende dichter (Xlle eeuw), een tweespraak tegen de vleiers van de adel ;

DE VIERDE MARTIJN, door een Brabander : 47 strophen van 19 verzen op twee rijmen, waarin de ridderdeugden als voorbeeld worden gesteld (1299), Zelfs de REINAERT is hem toegeschreven geweest.

Sluiten