Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inhoud : Dit, met het volgende meest gelezen werk van Van Maerlant, onder vorm

van vragen en antwoorden tusschen Jacob en (een denkbeeldige ?) Martijn, behandelt de ideeën die de auteur bij voorkeur verdedigt : hij vaart uit tegen de vleiers, heeft het over het verval van de deugd, over Gods rechtvaardigheid, de goddelijke caritas, de zucht naar geld, de zinnelijke liefde, enz. Behalve de strijd tussen Hart en Oog, naar Philippe de Grèves, is het volledig origineel.

Omvang : Telt 75 strophen waarvan de versvorm als geijkt wordt aangezien.

Banber ülarttjn (»i martijn n>

Inhoud : Het behandelde probleem, steeds tussen Jacob en Martijn, luidt : Iemand

heb ik lief, zij mij niet ; iemand heeft mij lief, ik haar niet. Wie moet ik eerst redden? Tot ons duidelijk gemaakt wordt, dat het gaat over de liefde door de hartstocht, en de liefde door de Rede. Eveneens een origineel werk.

Omvang : Telt 26 strophen naar het geijkt model.

^anber Brteboubtgbebe (of itlartijn III)

Datum Werd waarschijnlijk geschreven na de voorgaande^ Martijns doch vóór de

en andere Strophische Gedichten. Het schijnt hier een bewerking te zijn van het

Bronnen : « Symbolum Athannasium ».

Inhoud : Ondanks de verhevenheid van het onderwerp, een zwak gedicht, dat slechts

een berijmde uiteenzetting is van de kerkleer over de H. Drievuldigheid.

Omvang • strophen naar het geijkt model, doch met slepende a-rijmen en

staande b-rijmen.

Eerste druk : DIT IS WAPENE MARTIJN, uitgeg. door Henriek die Lettersnider... in die Ca-

merstraet naest den gulden eenhoren tAntwerpen, 1496. (In de handschriftenreeks bekend als «Antwerpse Druk») (Hs. D). Bevat de drie Martijns.

JACOB VAN MAERLANT'S WAPENE MARTIJN met de vervolgen, kritisch uitgeg.

en toegelicht door Eelco Verwijs, Deventer, D. J. Wilterdink, 1857. (De drie Martijns).

Vertalingen : Frans : HARAU MARTIN, uitgeg. door Joh. Brito, te Brugge, tussen 1477 en

1481. Een exemplaar werd in 1851 in het Archief te Brugge ontdekt, doch ging sedertdien verloren. Waarschijnlijk vertaald door een Vlaming die onvoldoende Frans kende.

Latijn : De énige Latijnse vertaling die ons bewaard bleef, werd gemaakt door een priester, Jan Bukelare, die ons zegt, dat het reeds vroeger in 't Latijn vertaald werd. De Latijnse tekst bestaat eveneens uit 13regelige strophen, en bevat de drie Martijns. Een uitgave van deze tekst werd verzorgd door C. P. Serrure bij C. Annoot-Braeekman, Gent, 1855.

Hand- BRUSSEL : Kon. Bibliotheek : hs. 19570 (Martijn I). XlVe eeuw.

schriften : • Kon. VI. Akad. voor Taal en Letterkunde : « Fragment Goetschalckx :>

(hs. Z), 1480 (3 Martijns).

GENT : Univ. Bibliotheek : « Heber hs. » (hs. G) n" 1374, perkament codex (3 Martijns).

Sluiten