Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eene waarschuwing»

Voordracht op eene Groene Bruiloft.

O! Bruid en Bruidegom,

Wat heb ik daar vernomen,

Wilt gij in 't huw'lijk gaan?

Is 't reeds zoover gekomen ?

Foei schaamt u beiden toch.

Waar hebt ge uw verstand,

Om je te binden gaan

Door zulk een wreeden band,

Je bent je vrijheid kwijt.

Niet één, maar allebeiden,

En voor een week verloopt Laat jij je weder scheiden.

En dat is dubbel werk

't Bevalt je zeker slecht,

Ik bid je luister toch

En ga niet in den echt.

Of is 't misschien te laat

En zit je reeds te weenen Omdat de vrijheidszon

Voor beiden is verdwenen? 'k Beklaag je beiden dan,

Want 't is maar al te waar.

Vraag het aan iedereen

Het huw'lijksjuk valt zwaar.

Nu zult ge in 't vervolg

Geen lieve woordjes hooren,

Die bij de vrijerij

Zoo dikwijls 'thart bekoren.

Geen snoepje, engel, beeld,

Geen dotje of lieve schat, Die schoone taal is uit,

Nu hoort ge anders wat,

Zooals: tiran en feeks,

Verkwister, luiaard, speler,

Xantippe, drinkebroer.

Dagdief, kroeglooper, heler. Die schoone taal klinkt u

Reeds morgenvroeg in 't oor,

Sluiten