Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Begint het leven mij te gruwen,

Dat is niets meer dan kinderspel. Het Bruidje stemde haar gedachten Precies met Bruigom overeen.

Zij wilde ook niet lang meer wachten Om in het huwelijk te treên.

Ze wachten eerst nog een paar dagen.

Toen nam de bruigom hoed en jas. En ging hij aan haar ouders vragen Of er iets tegen 't huw'lijk was,

De oude lui, eerst wat verlegen.

Bedachten zich een oogenblik Toen zij papa: er is niets tegen,

Je brengt me waarlijk in mijn schik.

Nu gaf 't een drukte te aanschouwen, Het bruidje had haar handen vol.

Alsook de bruigom; maar het trouwen

Dat maakte hem van vreugde haast dol. Die drukte duurde een paar weken,

Toen had men alles voor elkaar. Nog even alles nagekeken,

Toen waren zij voor 't huw'lijk klaar.

Zij trouwden dus; een blijde schare

Hield met het paartje vroolijk feest, Zij toosten, zongen, 't leek, als ware

Er nimmer zooveel vreugd geweest. Daarna begon een prettig leven,

Ze hadden geen verdriet naar 't scheen, Waar zijn die jaren toch gebleven, Ze vlogen als een schaduw heen

Schoon tegenspoed hun soms kwam plagen

En 't niet altijd ging naar hun zin, Ze vonden immer welbehagen

In onverpoosde huw'lijksmin.

Die deed hun moedig 't pad betreden

Te zamen vijfentwintig jaar.

Dat was en is het schoon verleden

Van 't hier aanwezig Zilv'ren Paar.

Sluiten