Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als wij, om een antwoord te zien op die vraag,

Den blik in het ronde doen dolen,

Dan hooren we iets anders dan 's dichters geklaag.

Dan zien wij het vrij, onverholen,

Dat liefde en eendracht de harten vaak bindt

En niets deze lust kan bedaren,

En men vaak de banden niet knellende vindt Des huw'lijks, zelfs na vele jaren.

Zie hier slechts; een kwarteeuw is het nu geleên

Dat 't Zilveren Paartje, zoo teeder.

Door liefde geleid, in den echt is getreên,

En hoe vinden wij ze nu weder?

Verliefder dan ooit zitten zij aan deez' disch,

Men kan 't in hun oogen wel lezen Dat innige liefde 't bestendigste is.

En zij niets behoeven te vreezen.

Hun liefde werd vaster, schoot wortels in 't rond,

En groeide in druk en in lijden,

Geen bittere woorden ontvloden hun mond,

't Was altijd alsof zij nog vrijden Geen tweedracht vond plaats en geen nijd was er, maar

Ze deden steeds naar elkanders wenschen Dit maakte het Zilveren huwelijkspaar Tot de allergelukkigste menschen.

De voordrager wendt zich nu tot het Zilveren Paar.

Niet waar? Bruid en Bruigom; nooit had ge berouw

Van 't geen ge besloot voor uw leven Hoe snel vloog de tijd sinds den dag van uw trouw,

Waar zijn al die jaren gebleven?

De banden des huw'lijks, ze knelden u niet.

Gij zaagt steeds de liefdezon gloren,

Gij deeldet getrouw al de vreugd en verdriet, In 't huw'lijk u dikwijls beschoren.

Leef lang nog, o paartje, de Zilveren Kroon,

Des huw'lijks, prijkt schoon op uw haren.

Geluk, vree en liefde blijf steeds in uw woon.

Wat u ook het leven moog baren.

Sluiten