Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plek naar de andere, en voor nog Lena hem iets had kunnen vragen, brak hij plotseling uit: „Ik moet gauw weer naar huis, juffrouw."

„Zoo, en hoe komt dat?"

„Vader is zoo erg geworden, ik ben ook al naar den dokter geweest."

„En wat is er dan gebeurd?"

„Vader heeft zooveel bloed gespuwd, juffrouw."

„Maar kind!' riep Lena uit, „dat is zeer gevaarlijk. En is er nu niemand bij hem?"

„Neen juffrouw. Buurvrouw beneden zou af en toe eens kijken tot ik terug was."

„En wie heeft je vader geholpen?"

„Niemand, juffrouw. Het was van nacht en ik zag 't van morgen toen ik wakker werd."

„Maar dan moet je vader dadelijk geholpen worden; arme stumperd; ga maar gauw naar huis, als mijn broer tehuis komt, zal ik t zoggen. Hier — en zij stopte den jongen uit pure goedhartigheid een sinaasappel en een kwartje in de handen — hier, ga nu maar gauw naar huis en pas goed op."

Een half uur later kwam Karei tehuis en Lena vertelde hem onmiddellijk wat zjj van den jongen had vernomen. „Kan jij er niet wat aan doen, toe, probeer eens. Ik vind het zoo verschrikkelijk, dat die man daar zonder hulp ligt. Die stadsdokters hebben 't zoo druk, dat ze maar niet dadelijk kunnen komen; wie weet of 't geval zich niet herhaalt met dat bloed."

„Ja, t is een boos ding, maar ik heb zoo weinig begrip van zulke zaken. Was Wil maar tehuis of Piet, dan konden die zeggen wat ze denken. Daarbij moet ik straks naar Haarlem, zoodat ik weinig tijd heb ook."

„O, maar dat geldt in dit geval niet. Het gaat over een menschenleven. Als je iemand in de gracht ziet liggen, spring je er in, zonder aan een reis naar Haarlem of aan wat ook te denken. Hier moet geholpen worden, en wat gauw ook. Kun je dan niet naar een dokter toegaan?"

„De dokters zijn allen op dit uur uit, of ik moet er een vinden, die nog heelemaal niets te doen heeft."

„Maar misschien kom je er onderweg wel een tegen, vraag dien dan even naar dien armen stakker te zien. O, o, was ik maar niet zoo'n onbeholpen zenuwachtig schepsel', dan ging ik er zelf heen."

nBlijf jij maar tehuis; jij deugt voor zulke dingen in t geheel niet."

Gelukkig kwam op dit oogenblik Wil tehuis, die, toen zijvernam wat er aan de hand was, zich de moeite niet gaf hoed en mantel af te doen, maar dadelijk op reis naar de

Sluiten