Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hëlpên kon, maar de zieke slaapt geloof ik, tenminste ik denk het wel. Dit kind zei het en ik wachtte maar even om te zien wat ik doen kan."

„En wat scheelt den patiënt?" vroeg de dokter, zonder zich naar het ziekbed te begeven.

u niet inlichten, dokter. Maar ik meen dat de man bloed opgegeven heeft; is 't niet ventje?"

rJa juffrouw."

, ,.?Dan,) moet hij naar 't Gasthuis, want hier kan hij niet blijven, en dit zeggende, trad de geneesheer op de door een dun groen gordijn van de kamer afgescheiden bedstede 7, s«hoof dat gordijn een weinig terug, zag een poos nauwlettend op het marmerwitte gelaat, en kon een uitroep van verbazing niet weerhouden.

„Wat ziet u, dokter?" vroeg Wil.

De jonge man schoof het gordijn weer dicht. „Ik kan hier niet meer helpen, dame; het is reeds gedaan "

„Wat zegt u?"

„Het is afgeloopen hier, minstens een uur geleden "

„Maar dokter!" 6

„Ja, de man heeft een bloedspuwing gehad en is daarin gebleven. Dat komt meer voor."

„Als er iemand bij was geweest, als hij hulp had kunnen dokte6"»" Z°U d<?ln mlsschien n0o to helpen zijn geweest,

„Och daar is geen zeggen van, vermoedelijk zelfs niet. £ulke bloeduitstortingen veroorzaken in den regel den dood.

aar is mets aan to doen; hoogstens kan men het lijden wat verlichten." J

, . ^Tll,..yierP ,een blik vo1 deernis op den knaap, die met kinderlijke belangstelling het gesprek scheen te volgen, en nu opeens begreep wat er gebeurd was. „Is vader dood?" vroeg hij, met angstige groote oogen Wil aanziende, en onwillekeurig de magere handen als om bescherming tot haar uitstrekkende.

„Ja, mijn jongen, zoo is het. Arm schaap, zoo alleen op de wereld; wat moet er van dat kind terecht komen!"

„Ja, daar moet het weeshuis of het bestedelingenhuis aan te pas komen, meende de dokter, die intusschen eenig" papieren schikte en invulde.

„Hoe heette je vader, beste jongen?" vroeg hij.

De knaap gaf den naam op, en kreeg toen de opdracht om maar op het politiebureau te gaan vertellen, dat zijn

of tantes?" WaS' — "°f höb ^ misschien oolc nog 00ms „Ja mijnheer."

„Waar wonen die?"

Sluiten