Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Bedenk je wel, voor je zoo iets begint," vermaande Karei. „Niet dat ik er wat op tegen heb, den jongen te helpen, neen hoor, des noods kan hij in mijn bed slapen en zal ik me wel ergens anders redden; maar als je begint met zoo 'n kind in huis te nemen, dan heb je 't misschien voor heel je leven."

„Maar we mogen toch zoo 'n schaap de straat niet opsturen," verzekerde Lena, „dat zou in strijd zijn met alle goddelijke en menschelijke wetten."

„Dat wil ik ook niet," hernam Karei, „maar we kunnen den jongen voor onze rekening misschien wel hier of daar onder dak brengen".... Juist ging de bel over, en even daarna werd de knaap naar binnen gebracht. De jongen zag met zijn eerlijke oogen de broeders en zusters aan, frommelde uit verlegenheid zijn pet door zijn handen en wachtte tot men hem wat vragen zou.

„Ben je op het politiebureau geweest, en wat hebben ze daar gezegd?" vroeg Wil.

„O, heel veel juffrouw. Ik moest alles vertellen, en ze schreven alles op, en zeiden dat ik van nacht wel op het bureau mocht slapen.

„Zou je niet liever van nacht hier blijven?" vroeg Karei, die, nu 't er op aan kwam, 't eerst bereid was om den jongen voorloopig te houden.

„Asjeblieft mijnheer, mag ik dan nooit weer naar huis?"

„Zeker, daar zul je nog wel eens komen, 't Is maar voor vandaag en morgen, weet je."

En zoo was, zonder verder redeneeren, beslist, dat de knaap voorloopig zijn intrek bij de Snel wagens nemen zou.

HOOFDSTUK IY.

MOEILIJKHEDEN.

Onze vrienden van den Voorburgwal waren niet, wat men in den regel sentimenteele menschen noemt. Zij waren lang niet volmaakt, gansch niet ervaren in de opvoeding van verwaarloosde kinderen, en werden in het werk, dat zij gingen ondernemen, slechts geleid door zeer gezonde begrippen over opvoeding en zeer bijbelsche denkbeelden omtrent al wat hun in het leven wedervoer.

Zij kregen met den kleinen Piet een logeergast in huis, die jaren zou blijven. Want wel was men er achter gekomen wie de familieleden van den knaap waren, doch deze wilden

uio etn jongensleven. o

Sluiten