Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je zult het nog beter krijgen. En nu basta. De jongelui zijn tegenwoordig wijzer dan oude menschen. Ja, zoo gaat het. Doch je tante zal 't wel verder met je in orde maken. Weet je wat je doet, ga jij den tuin maar eens in en bekijk het huis maar eens, onderwijl ik met mijnheer hier nog over 't een en ander praat."

Piet ging, maar met loome schreden. Bij het heengaan wierp hij een smeekenden blik op zijn pleegvader, die hem geruststellend toeknikte. '

Nauweljjks was de jongen de deur uit, of oom begon meer vertrouwelijk:

„'t Was zeker een arm boeltje, waar je hem hebt weggehaald, mijnheer?"

„Ja, heel veel was er niet."

„Dat gaat zoo. U begrijpt, dat ik nu den jongen tot me neem."

„Niet erg best."

„Wat, begrijp je dat niet, mijnheer; mijn zusters kind!"

„Neen, niet best. U is altijd zoo zonder kinderen geweest; het zal u en mevrouw, dunkt me, moeilijk vallen."

„Gekheid. Een kind is hij niet meer; wij krijgen wat leven en gezelligheid hier. Ik zou hem wel willen houden; vandaag nog."

„Die overgang zou te plotseling zijn, en misschien nadeelig op zijn gestel werken."

„Kom, gekheid; zoo kwaad ziet hij er niet uit."

„Maar ik kan hem toch zoo onvoorbereid niet hier laten. Daarbij, den dokter zou ik eerst willen raadplegen."»

„Gekheid, mijnheer. Maar dat gaat zoo. Hij kan immers eiken dag overkomen om afscheid te nemen; hij kan desnoods iederen dag naar dien Amsterdamschen dokter gaan, en hier zijn ook knappe dokters. Doch laat ons over wat anders praten. Hebt u de oudelui van dezen jongen nog: gekend?"

„Neen, ik niet. Maar ik wil u wel verzekeren, dat ik den jongen straks meêneem naar Amsterdam. Dan kunnen we later de zaken regelen naar uw genoegen. Zoo gauw staan wij den jongen niet af."

„Niet afstaan, mijnheer? En ik wil al de onkosten vergoeden."

„Wij hebben geen vergoeding noodig," sprak Karei hoog; zoo hoog, dat oom nu toch eindelijk een weinig respect voor zijn gast begon te krijgen.

„Zoo moet je het nu weer niet opvatten, mijnheer, dat gaat zoo in de wereld; je voelt...." Plotseling sprongen beiden overeind, want een slag, tegelijkertijd gevolgd door een luiden smartkreet, drong in de kamer door. Karei rukte de

Sluiten