Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk iederen dag komen kijken, dat kun je ze toch niet beletten."

„Ik zal dat wel regelen;" en met deze woorden verliet de dame het vertrek, om zich naar de zitkamer te begeven, waar de zieke lag. „U blijft natuurlijk van middag aan tafel?" dus vroeg ze met de grootst mogelijke vriendeljjkheid aan Karei.

Deze prevelde iets van „aangenaam" en van „lastig vallen".

„Natuurlijk; het spreekt vanzelf. Geen complimenten. Met de verpleging belast ik mij natuurlijk, dat begrijpt u."

„O, mevrouw, u is wel vriendelijk," en Karei meende dat werkelijk, want het verbaasde hem, de gevreesde vrouw zóo goedhartig te zien. „De patiënt ligt nu rustig," vervolgde hij, „misschien is 't niet kwaad, dat wij thans maatregelen voor het vervolg gaan beramen."

„Maatregelen?" vroeg de dame.

„Ja, ik bedoel hoe we het zullen regelen. U heeft waarschijnlijk op zulk een inkwartiering niet gerekend, maar in de eerste dagen, zal onze Piet toch wel niet naar Amsterdam terug kunnen."

„Maar daar is ook geen sprake van, beste mijnheer. De jongen is hier als een kind in huis. Mijn man en ik wilden hem hier houden; dat zal mijn man u wel verteld hebben. Hoor eens mijnheer, gaat u straks, als de dokter er geweest is, rustig naar huis, en laat u de rest dan verder maar aan ons over. Wij zullen u wel op de hoogte houden."

„Ja, daar twijfel ik niet aan, mevrouw. Doch noodig zal het niet zijn, want natuurlijk komen wij iederen dag eens naar den patiënt kijken. U begrijpt, dat wij in Amsterdam niet veel rust hebben zullen." «-

„Maar u kunt volkomen gerust zijn, het zal hem aan niets ontbreken."

„Zeker, mevrouw, zeker, maar dat vinden wij wel. Laat ons eerst den dokter nog eens hooren."

Intusschen was het etenstijd geworden. Aan tafel vond Karei den heer des huizes, die hem verzekerde dat zjjn vrouw haar maaltijd bij den zieke gebruikte. „Ziet u, mijnheer, ik begrijp mijn vrouw niet. Zij is dol op dien jongen, dat verzeker ik je. Nu, ik mag dat wel."

Karei wist niet wat hij op deze vertrouwelijke mededeeling zou antwoorden, en schikte zich als iemand, die verlangt met den maaltjjd te beginnen. De gastheer deed hetzelfde onder de opmerking, dat een weinig versterkends geen kwaad kon. Karei vouwde de handen en sloot de oogen, en de gastheer zag dit met eenige nieuwsgierigheid aan. Toen Karei met bidden geëindigd had, kon de heer Van Moor

Sluiten