Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over hen geveld, zij zouden reden gehad hebben van eenige ergernis. De zusters waren het er tamelijk wel over eens, dat mevrouw veel van een „kat" had, en mijnheer van een „lummel".

Het bezoek dat de zusters des middags brachten was van langer duur. Karei was nog bij den zieke, en zei dat hij meê terugging naar Amsterdam; doch zij zouden wachten op Piet, die verkregen had dat hij den tweeden nacht mocht waken. „Zie je," zeide Karei vertrouwelijk tot zijn zusters, „iemand van ons moet er bij wezen. Het wil me niet van mijn hart, den jongen hier-met deze heidenen alleen te laten."

„Misschien wordt hij weer spoedig beter," hoopte Lena, „ep dan nemen we hem weer meê."

Karei antwoordde niet, wat Wil de opmerking ontlokte: „Je zegt niets; vertel eens, ben je ongerust?"

„Nu, om je de waarheid te zeggen, wel een weinig; ik weet niet hoe 't komt; maar er is iets, dat me niet bevalt, wat weet ik niet."

Hun gesprek werd hier afgebroken door de komst van den oudsten broeder, die dezen nacht zou waken. Karei en de zusters namen hartelijk afscheid van den zieke, en lieten hem aan de zorg van den oudsten broeder over. Ze keerden in zeer sombere stemming huiswaarts.

„Je hebt ons met je voorgevoel bepaald angstig gemaakt, Karei; ik ben nu ook onrustig."

„Ik kan het niet helpen. Misschien ben ik wat overspannen, in ieder geval, laat ons bedenken, dat des jongens dagen in des Heeren hand zijn.

HOOFDSTUK VIII.

DE LAATSTE NACHT.

De oudste broeder zat in de kamer waar de lijder rustig scheen te sluimeren, en overdacht den levensloop van „zijn jongen," zooals hij Piet bij voorkeur noemde. De bewoners van de villa waren reeds ter ruste. Tante Van Moor had voor alles gezorgd, en den heer Snel wagen gezegd, dat hij, in geval van nood, slechts te bellen had, om dadelijk hulp bij de hand te hebben. Doch naar zijn inzien, was er van hulpverleenen geen sprake. De zieke lag schier onbeweeglijk, en niets deed een verandering vermoeden.

„Waartoe," zoo peinsde de heer Snelwagen, „moest ik dien jongen op dien kouden avond ontmoeten. Waartoe bracht

Sluiten