Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Heere dien jongen onder ons dak? Wat hebben we met hem gedaan? Hij kent nu des Heeren Woord; hij weet dat God alzoo lief de wereld heeft gehad, dat Hij zijn eeniggeboren Zoon heeft gezonden, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Hij weet vele dingen, maar" .... Een lichte kuch van den zieke deed den verpleger opstaan van zijn stoel. „Is er iets?" vroeg hij.

„Ik ben zoo benauwd," zuchtte Piet.

„Benauwd, mijn jongen? En het venster staat open; me dunkt dat het eerder wat frisch is dan benauwd. Wil je wat drinken?"

Piet knikte van ja, en Snelwagen bood hem eenige lafenis, waarna de lijder het hoofd als machteloos in het kussen liet terugzinken.

Een onverklaarbaar gevoel van angst maakte zich van Snelwagen meester, hij knielde bij den zieke neer en zag hoe groote zweetdruppels op diens hoofd parelden, en zijne oogen onrustig heen en weer dwaalden. Zonder recht te weten waarom, begon Snelwagen te spreken over „degenen die in Christus Jezus zijn, voor wie er geen verdoemenis meer is", en, zijn zakbijbel, dien hij altijd bij zjch droeg, tevoorschijn halende, opende hij dien. „Zal ik je wat voorlezen, mijn jongen?"

„Ja, gaarne."

,Nu dan, luister," en de man sloeg eenigszins ontroerd zijn Bijbel open en las uit Ps. 23:

„De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken; Hij doet mij nederliggen in grazige weiden. Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren. Hij verkwikt mijne ziel, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om zijns naams wille. Al ging ik ook in een dal der schaduwe des doods, ik zou geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij; uw stok en uw staf die vertroosten m ij."

De lezer hield een oogenblik stil en sloeg de oogen op den knaap, die naar adem snakte. Met ontroering greep Snelwagen den lijder bij de hand, en vroeg: „Piet, jongen, geloof je, wat ik je daar voorlas?"

„Ja," lispelde de zieke, maar met dat enkele woord kwam de benauwdheid zoo krachtig opzetten, dat de jongen de dekens wegwierp en de handen als om hulp uitstak.

Dadelijk greep Snelwagen het schelkoord en gaf een hevigen ruk, en onmiddellijk daarop verscheen tante Yan Moor, met angst op haar gelaat. „Wat is er!" vroeg zij gejaagd, „is er verandering?"

Sluiten