Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Laat ons bedaard zijn," vermaande Snelwagen. „Hij kon onze hulp noodig hebben."

„Maar ik vind het hard om het te zien."

„Sterven is altijd schrikkelijk; maar als men ten leven ingaat en gelooft, dat de dood verslonden is tot overwinning, dan kan de Heere stervensgenade schenken, en een blik op de heerlijkheid van zijn Vaderhuis."

Tante antwoordde niet, maar hernam haar plaats bij den lijder.

Even daarna kwam de heer Yan Moor binnen, doch met een gebiedend gebaar werd hij door zijn wederhelft buiten de deur gewezen. Zij ging hem, toen hij niet aan haar wenk voldeed, tegemoet. „Wat kom jij hier doen?" vroeg zij met een nadruk op jij, alsof zij nog liever gezien had, dat de knecht binnen ware gekomen.

„Ik wou eens zien," stamelde de echtgenoot.

„Schreeuw zoo niet, de knaap mocht schrikken. Het loopt af."

„Ik zal maar even zien, laat mij," zei Van Moor en stapte zijn vrouw voorbij. Toen hij den jongen daar liggen zag, ontroerde de man zichtbaar. „Ja, dat gaat zoo," fluisterde hij» »zo° n jong leven. En ik, zoo'n oude zondaar, loop hier nog rond. Die jongen beviel me wel."

„Zou jij niet naar boven gaan," vermaande tante nu; en nu ook gehoorzaamde hij en vertrok.

„Mijn man," zoo wendde tante zich tot Snelwagen, „deugt voor zulke dingen niet."

Snelwagen gaf geen antwoord.

„ U telegrafeert zeker straks aan de familie in Amsterdam ?"

„Zeker, mevrouw!"

„Ja, zij moeten allen komen."

,,Natuurlijk, ik hoop dat ze hem nog levend zullen zien."

„Vindt u goed, dat ik hier blijf?"

„Zeker mevrouw."

„Ik kan misschien nog van dienst zjjn."

Snelwagen maakte iets dat op een buiging geleek tot antwoord.

Na een poosje sloeg Piet de oogen op. „Niet spreken," gebood Snelwagen, „zeg me, met een knikje van je hoofd, heb je 't nog zoo benauwd?"

„Neen," knikte de zieke.

„Nu, mijn jongen; je moet je er op voorbereiden heen te gaan naar het Vaderhuis, waar de vele woningen zijn. Heel lang kan t hier niet meer duren, en ge zijt immers niet bevreesd om heen te gaan?"

„Neen," knikte Piet.

„Dus ik kan aan mijn broer en zusters zeggen, dat je er volkomen, met je gansche hart op vertrouwt, dat de Heere

Sluiten