Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zeer juist gezien," hernam de heer Prins. „Ik kan en wil de hulp van mijne vrouw en hare familie niet inroepen. Liever waagde ik het uiterste. Kon ik wachten,* voegde hij er haastig bij, om den notaris hierdoor tot hulp aan te sporen, „dan zou ik wellicht met eenige familieleden kunnen spreken; maar de meesten zijn op reis, en ik moet vóór hunne terugkomst geholpen zijn."

De notaris wist beter. Hij kende de familie, die wel geld bezat, maar geen vertrouwen in haar bloedverwant stelde, 't Was dus een leugenachtige voorstelling. Maar de heer Prins was niet bang voor een leugen, als dit hem helpen kon. Trouwens, als hij in nood verkeerde, zou hij zelfs Samuël te hulp geroepen hebben.

De heer Verstout trok de schouders op.

„Ik kan u niet helpen," zeide hij, en zich van een maatschappelgk jokkentje bedienende, voegde hij er bij: „hoe gaarne ik het ook deed."

„Maar anderen kunnen het toch zeker 1" riep de heer Prins op bijna wanhopigen toon uit. „Wanneer ik een blik werp op al die trommels, de bundels effecten en andere geldswaardige stukken hier in de kamer, dan zou ik durven vragen: is er onder de eigenaars van al die waarden niet één, tot wien ik mij met goed gevolg zou kunnen wenden? Bij voorbeeld," — en hier wees hij op het tafeltje, waarop, zooals wij weten, eenige pakketten lagen, beschreven met den naam van mevrouw Oker, — „zou deze dame mij niet kunnen helpen? Behooren haar die effecten?"

De notaris knikte toestemmend, maar vond de vraag onbescheiden.

„Vergeef het mij," zei de heer Prins, „maar bedenk, dat ik, om mijn naam te redden, naar alle hulpmiddelen moet uitzien. Ik verkeer dan ook op 't oogenblik in een toestand van opgewondenheid, die mij de grenzen der bescheidenheid doet te buiten gaan. Ik weet het: men vertrouwt u die gelden toe en een derde heeft er niet mede noodig; maar.... in mijn geval, ik bid u, waarde heer, trek toch niet de hand terug, die mij redden kan."

De heer Verstout begon bijna medelijden te krijgen met den wanhopigen man; maar hij moest voorzichtig zijn. Hij wilde zich niet gaarne branden aan een vuur, dat hij zou helpen stoken.

„Hoe zou ik u in dezen kunnen helpen?" vroeg hij op wel willenden toon.

„Door mij eenige inlichtingen omtrent haar persoon te verschaffen en of u mij kunt aanmoedigen, haar te bezoeken, liefst met een aanbeveling uwerzijds."

De notaris moest een oogenblik nadenken en zijn antwoord overwegen.

„Ik zal u zeggen, wat ik weet en denk," antwoordde hij. „Dan

Sluiten