Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde zij niet. Zij wilde dat huis zien, gedurig zien. Zij wilde haar haat doen aangroeien; zij wilde zich verlustigen met het oog op de toekomst, wanneer zij zich zou kunnen wreken. Zij behoorde tot die zeldzame vrouwen, die nog eer kunnen vergeten dat zij lief hebben gehad, dan dat zij vermogen den eenmaal opgevatten haat uit haar hart te verbannen.

Ruim vier jaren had zij gewrokt, en eiken dag gehoopt, dat zij het middel zou vinden om haar, die haar beleedigd had en die zij haatte, niet slechts te vernederen, maar ook diep ongelukkig te maken. En dat middel scheen zij gevonden te hebben.

't Kwam ongedacht, onverwacht.

Toen zij den brief van den heer Prins ontving, was haar eerste beweging, dien ter zijde te leggen. Wat ging haar de heer Prins aan! Zij kende hem niet. Er waren wel meer fabrieken in het land, die vergroot moesten worden, maar wat had zij daarmede te maken ? Ook waren er menschen in overvloed, die plotseling in nood verkeerden en geholpen moesten worden. Maar men verleent zijne hulp slechts aan bekenden of personen in de naaste omgeving.

De brief werd dus ter zijde gelegd.

Maar toen zij weer den blik op het huis des ontvangers had gericht, zag zij in hare verbeelding door de muren en vensters heen de fabriek van de heeren Prins & Co., waarin Frans Walton werkzaam was. Frans Walton! De man, aan wien Elisede voorkeur had gegeven boven haar neef Herman! En nu drong haar oog door tot in de woning, waar Elise zat te midden van hare kinderen, en straks haren man verwachtte met een van vreugde stralend oog, en met een hart, dat van blijdschap sneller klopte. Langen tijd tuurde zij op deze voorstelling, en zij genoot. Maar 't was niet het genot, dat een liefhebbend gemoed smaakt bij het zien van anderer geluk. Een tijger weet ook, wat genot is, als hij van verre een eenzame hinde ziet, die, onbewust van 't gevaar waarin zij verkeert, vroolijk langs haar weg huppelt. Dat genot neemt toe, naarmate de afstand tusschen hem en haar vermindert, en zich tot den sprong gereedmakende, is het hem, alsof hij haar reeds in zijne klauwen heeft en haar bloed met wellust opzuigt.

Mevrouw Oker heeft den brief weer opgenomen, leest dien nog eens over, denkt na, en . .. haar plan is gereed.

Zij zal den tijger navolgen en den sprong doen.

Oogenblikkelijk schrijft zij aan den heer Verstout en verzoekt hem per omgaande om inlichtingen betreffende den persoon, die hare hulp heeft ingeroepen, waarbij zij hem de verzekering geeft, dat hij rekenen kan op hare geheimhouding. Het antwoord, aat zij ontving, was kort en kwam ongeveer hierop neder: „De door u bedoelde persoon is een man van veel aanleg, hoewel minder tot het goede;

Sluiten