Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len, die spoedig gereed waren en naar Den Haag werden gezonden ter beoordeeling van den minister. Eenige dagen verliepen, en zie, gisteravond ontving de firma het bericht, dat de minister de verbetering zeer practisch vond en de bestelling verdubbelde."

„Welk een genoegdoening voor je!' zeide Elise, niet weinig verheugd.

„Wacht maar, er komt nog meer. Bij het schrijven uit Den Haag bevond zich ook een brief van den minister, die den vervaardiger van de verbeterde katrollen uitnoodigde tot een onderhoud met Zijne Excellentie."

„Een groote eer voor je!' riep Elise uit. „Gij gaat dus naar Den Haag om den minister te spreken. Waarover zou het zijn?"

„Denkelijk alleen over de katrollen. Misschien wil hij mij ook spreken over eene machine, die wij voor de Marine onder handen hebben. Naar ik vernomen heb, is de minister ook een dilettantwerktuigkundige en wil hij mij wellicht in zijn belang spreken. Het best is, dat ik stil afwacht, wat hij mij te zeggen heeft."

„En wanneer ga je naar Den Haag?"

„Morgenochtend. Ik hoop dan 's middags weer aan de fabriek te zijn. Er is nu bijzonder druk werk. Je weet niet half, hoe blijde ik ben!"

„En ik niet minder," zei Elise. „Wat zeggen nu de heeren Prins en Hulsting?"

„O, die zijn nu geheel op mijn hand. Wat er gebeurd is, weet ik niet, maar de heer Prins, die vroeger bokkig tegen mij was, is nu zoo vriendelijk en voorkomend jegens mij, dat ik er verbaasd van sta. Om je daarvan eens een bewijs te geven. Een paar weken geleden werd onze firma belast met de vervaardiging en levering van eene kokermachine met oscilleerende cylinders, voor een etablissement te Luik. Er was een beschrijving bijgevoegd, en toen de heer Prins mij deze liet zien, moest ik bekennen, dat mij die arbeid vreemd was. Ik had nog nooit een dergelijke machine onder de oogen gehad, en daar er niemand aan de fabriek was, die eenige nadere inlichtingen geven of hulp bieden kon, kwam de firma een weinig in verlegenheid. Ik zei toen den heer Prins, dat, wanneer hij mij in de gelegenheid wilde stellen naar het buitenland te gaan, waar dergelijke machines vervaardigd worden, ik weinig tijd zou behoeven om mij op de hoogte van zoodanig werk te stellen, en het dan wel op mij zou kunnen nemen de verlangde kokermachine te vervaardigen. Maar hij wees mijn voorstel af. Hij had mij geëngageerd, zeide hij op een mij zeer onaangenamen toon, als werktuigkundige aan zijne fabriek, en niet als reiziger. Kon ik dat werk niet maken, dan zou hij iemand uit Brussel of Parijs ontbieden, die mij wel zou bewijzen, dat ze daar knapper en bekwamer waren dan ik."

Sluiten