Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een bewijs voor 'tgeen ik zeide," merkte mevrouw Prins aan, „dat de menschen niet genoeg aan hunne kerk of hunne predikanten hebben. Ik kom wel eens bij eene vriendin, die veel smaak heeft voor stichtelijke lectuur, en wier zuster buiten hare kerk om naar zulke bijeenkomsten gaat, soms Zondagsavonds bij den heer Da Costa, op de Rozengracht."

„En wat gebeurt daar dan?" vroeg mevrouw Hulsting.

„Ik denk, dat er door den heer Da Costa uit den Bijbel wordt voorgelezen en daarna, zooals men het noemt, een goed woord gesproken. Er komen wel niet vele menschen bij hem, maar des te meer bij ds. De Liefde, die ergens in de Jordaan, op't Fransche pad, bijbellezingen houdt en Zondags in een gebouw op de Heerengracht preekt."

„O ja, daar sprak mijn broer Daniël ook van." Hij noemde dat gebouw Tecumhabita," zei juffrouw Krimpen.

„'t Zal wel zoo wezen," zei mevrouw Prins; „ik ben er nog nooit geweest. Mijne vriendin ook niet; zij heeft een soort van verlamming, die haar belet uit te gaan. Maar des te meer leest zij van alles wat er op godsdienstig gebied plaats heeft. Van haar vernam ik voor 't eerst, dat wij in den tijd van het Reveil leven, en dat de daar straks genoemde heeren hier te lande de mannen van 't Reveil zijn."

Het woord Reveil trof Elise.

„Wat beteekent dat woord Reveil?" vroeg zij. „Moet ik daarbij denken aan een ontwaken, aan opwekking?"

_ *Ik denk: aan 't laatste, en dan zal het in den zin, waarin het hier moet genomen worden, zooveel willen zeggen als geestelijke opwekking."

„Dat begrijp ik niet," zei de gastvrouw.

„Ik ook niet," voegde juffrouw Krimpen er bij, naar hare krullen tastende.

„Ja, 't spijt mij, dat ik er u niet veel van kan zeggen. Volgens mijne vriendin heerscht er in de kerk gebrek aan eenheid, wat de prediking betreft. Maar, gelijk ik zeide, ik weet er niet veel van.''

„Wat mij betreft, ik zal er mij buiten houden. Ik heb aan mijn goeden ouden dominee genoeg," zei de gastvrouw. „Ik kan maar niet begrijpen, waartoe al die dingen dienen! Pas hebben we dat rumoer met de Afgescheidenen gehad, en nu alweer wat anders, 't Zou toch veel beter zijn, als de menschen Zondags behoorlijk naar de kerk gingen."

„Ieder moet doen, wat hem 't best bevalt," zei mevrouw Prins. „Ik zie liever de dingen bedaard aan en wacht af, wat er gebeurt. Als ik er mee noodig had, zou ik er wel toe geroepen worden."

Sluiten