Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richten aan den heer Pénard, die getoond heeft een hart te hebben voor Frans en een man van edele beginselen te zijn.

Zij zet zich neer om te schrijven.

Maar daar komt Felix uit de keuken en tuimelt, in zijn drift om naar mama te gaan, bijna over zijn zusje, dat op den grond zit en zich met poppen en speelgoed vermaakt.

„Ma!" roept hij uit, terwijl zijne wangen gloeien van opwinding. ,Ma, Hanne heeft mij een liedje geleerd. Zal ik het eens zingen?"

En zonder haar antwoord af te wachten, stelt hij zich in postuur, zet de beide handen in de heupen en wil beginnen.

„Neen, Fé, nu niet. Strakjes."

„Och, ma, eventjes maarl"

En hij zag haar zoo uitnoodigend, zoo verleidelijk aan, dat zij wel toegeven moest.

Hij begon:

„Klokje klinkt,

Vogel zingt,

Iedereen op zijne wijs.

Kind, ook gij Zing daarbij Tot des Heeren lof en prijs.

Bid en zing,

Want geen ding Gaat er zonder bidden goed.

Ieder kind,

Dat God mint,

Zingt Hem met een blij gemoed."

Hij zong het liedje zoo allerliefst, dat Elise hem naar zich toetrekken en kussen moest, 't Was een zonnestraaltje in haar bewolkten hemel. Zachtjes wischte zij de tranen weg.

„Ma huilen? Waarom?" vroeg Fé.

Ach, zij kon het hem niet zeggen.

„Ma huilt over Pa, die weg is!"

„Pa komt terug en brengt wat moois mee voor Fé en Mina."

,'t Is te hopen. Maar ga nu nog een beetje naar Hanne. Ma moet schrijven."

Fé gehoorzaamde, en onder 't zingen van de woorden:

„Want geen ding Gaat er zonder bidden goed,"

trippelde hij de kamer uit.

Sluiten