Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elise hield zijn handje zachtjes vast.

Eensklaps richt zich de kleine op, en houdt oog en oor naar de deur gekeerd en luistert.

„Ma!* roept hij. „Ma!*

„Wat is het, mijn lieve jongen ?* vraagt Elise, die zich verblijdt, daar die stem haar de hoop geeft, dat zijn bewustzijn is teruggekeerd.

Hij geeft haar echter geen antwoord, maar ziet naar één punt en blijft luisteren.

„Ma !" roept hij andermaal. „Daar! — Daar! — Daar! Pa! — Pa komt!"

Hij houdt de oogen stijf op dat punt gericht. Een vriendelijke lach plooit zijne wangen.

Ziet hij iets ?

Wie zal 't zeggen !

Een oogenblik later raakt hij weer in verbijstering, praat alles door elkander en zingt.

Nog eenmaal vestigt hij den blik op zijne moeder, laat 't hoofd op de borst vallen en — de kleine lijder was zijn eeuwige rust ingegaan.

Zijn leven op aarde was kort geweest.

Toch had hij getoond, lief te hebben.

't Was hem gegaan als de bekende waterplant Valisneria, die, zoodra hare bloem zich opent, even boven de oppervlakte verschijnt, een zonnestraal opvangt en dan wegzinkt. Die bloem had voor haar vluchtig bestaan aan dien éénen zonnestraal genoeg.

Elise was op de knieën gezonken. Zij hield nog steeds 't handje van haar zoontje vast en haar hoofd rustte op zijn armpje. Tranen had zij niet meer; slechts deze klacht gleed van haar lippen: „O God, waarom ook dit nog!"

Gij kent de schoone gravure, voorstellende een jonge vrouw, die bij de neergelaten venstergordijnen staat, een tip daarvan oplicht en den weemoedigen blik gericht houdt op de personen, die haren doode grafwaarts brengen.

Welk een leegte in haar huis!

Zij hoort het vroolijke stemmetje niet meer van haar lieven Felix, ziet niet meer zijn vriendelijke oogen, kan hem niet meer aan haar hart drukken.... Hij is weg! Weg voor altijd!

Haar hart is verslagen, en toch.... zij moet nog een glimlach overhebben voor hare Mina, die haar gedurig aanstaart.

Het kind wil iets zeggen, maar 't ontbreekt haar aan woorden, 't Voelt met de moeder mede, maar 'tkent nog geen andere taal dan die der liefkoozingen.

Hoe verlaten is Elise thans!

Sluiten