Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand heeft haar in de droevige dagen na Felix' heengaan bezocht, — niemand. Juffrouw Krimpen was wel aan haar huis geweest, doch had slechts een kaartje afgegeven. De familie Hulsting en mevrouw Prins hadden ook een kaartje van rouwbeklag gezonden, en van enkele bekenden waren brieven gekomen om hunne deelneming te betuigen. De heer Gevers was ongesteld, en zijne vrouw had eiken dag laten vragen, hoe 'tmet Felix was: zoodra haar man beter was, zouden zij samen komen. Ook van haar vader had zij een brief ontvangen; maar hij had zooveel over eigen lijden te klagen, dat er weinig vertroosting voor haar kon overschieten.

De eenige, die met haar kon schreien, was Hanne. Troosten kon die goede dienstmaagd niet. Zij zelve had troost noodig, want zij miste haar kleinen gezelschaphouder zoozeer en had nu niemand, wien zij liedjes kon voorzingen, dan Mina, die echter liever bij Ma was dan in de keuken.

Onder de brieven van rouwbeklag was er één, die haar bijzonder trof. 't Was eigenlijk geen brief, slechts een couvert, waarin een dun blaadje lag, dat de volgende regels behelsde:

„Indien God doornen op uw pad legt, spring er niet overheen; zoek u geen anderen weg, maar tracht Gods weg tusschen de doornen te vinden.

„Christus is de eenige, die ons de lichtzijde van het lijden leert kennen, omdat Hij de eenige is, die aan de ziel een Goddelijk leven instort, dat duizend smarten niet doen ondergaan, dat door beproeving nieuwe krachten ontvangt, en den dood leert verachten, omdat het vergunt Hem met blijde hoop aan te zien."

Zij las en herlas deze regels, niet slechts om den zin daarvan te verstaan en in zich op te nemen, maar ook, om te weten, wie de schrijver daarvan was. De hand kwam haar niet geheel onbekend voor, en er zweefde haar wel een naam voor den geest, maar zij durfde dien niet uitspreken. Zooveel was haar gewis, dat de schrijver bekend was met hare omstandigheden.

't Viel haar echter moeilijk, een weg tusschen de doornen te vinden. Hoe zou zij er tusschendoor komen zonder een betrouwbaren leidsman! 't Was misschien de bedoeling van den schrijver, haar op zulk een Leidsman te wijzen, op Christus. Maar hoe zou zij ooit met blijde hoop op Hem kunnen zien?

Van Frans hoorde zij niets. Al hare brieven bleven onbeantwoord. Hij was als dood voor haar. Toch geloofde zij, dat hij leefde en dat zij hem zou wederzien.

Te midden dezer smartelijke beproevingen ontving zij de boodschap, dat mijnheer en juffrouw Gevers gaarne wilden komen, zoo er geen belet was, en daar Elise zich tot dit eenvoudige echtpaar zeer

Sluiten