Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Heiland, dat gezien, maar door duizenden en duizenden niet begrepen is. Hij is een historisch persoon, dien wij zien leven, sterven, opstaan en ten hemel varen, volgens 'tgeen ons de apostelen op zoo roerend eenvoudige wijze beschreven hebben. Maar wij begrijpen er niets van, tenzij wij daarop den sleutel — het geloof — toepassen, en dat kunnen wij, zoodra ons hart behoefte heeft aan den Heiland. U hebt zooeven gezegd, dat er voor u iets aantrekkelijks in ligt, in de opstanding te gelooven. Die aantrekkelijkheid zou er niet zijn, zoo uw hart geen behoefte had aan verlossing, aan vrede. Dan wordt het ook minder moeilijk, te gelooven, dat de Heiland werkelijk, lichamelijk, uit het graf opgestaan, aan Zijne discipelen verschenen en ten hemel gevaren is. Ik houd mij overtuigd, dat met de toestemmende beantwoording der vraag: Is Jezus werkelijk uit het graf opgestaan? het hoogste, laat mij zeggen, het bovennatuurlijkste is bewezen. Is Hij uit het graf opgestaan, dan heeft Hij getoond sterker te zijn dan de dood, die Hem niet in de groeve kon houden; sterker dan al de groote mannen en helden, die vóór of na Hem ten grave zijn gedaald en wier gebeente nog in de graven rust."

«Vergun mij een vraag," zeide Elise, die door dit onderwerp zeer geboeid werd: „zijn er nog andere uitspraken dan die wij in de vier Evangeliën lezen betreffende de opstanding, — uitspraken, die als bewijzen kunnen dienen?"

„Deze vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden. Er zijn slechts weinigen tegenwoordig geweest bij die opstanding. Slechts Zijne apostelen, de vrouwen en enkele vrienden hebben Christus daarna gezien. Nochtans hebben wij onwrikbare bewijzen, die voor een eerlijk en oprecht gemoed voldoende zijn. Ik zal u slechts één man noemen: Paulus. Hij was er niet bij, toen de Heiland opstond; zelfs geloofde hij niet in Hem, maar stond Hem tegen en vervolgde Zijne aanhangers. Maar de Heiland verscheen hem op den weg naar Damaskus en, bekeerd zijnde, begon hij een nauwkeurig onderzoek te doen bij de getuigen der opstanding. Dat onderzoek leidde hem tot de uitspraak: „Indien Christus niet opgewekt is, zoo is uw geloof tevergeefs, zoo zijt gij nog in uwe zonden." Ja, hij zegt nog sterker, „dat Christus is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften; en dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven; daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broederen op eenmaal, van welke het meerder deel

nog overig is" En nu vraag ik u, lieve mevrouw, zou Paulus

zoo iets hebben durven schrijven, indien hij niet van de waarheid van het feit overtuigd ware geweest? Zou een man als hij geloof hebben kunnen slaan aan een verdichtsel? Zou zijn beroep op de destijds nog overgebleven vijfhonderd getuigen niet mislukt zijn,

Sluiten