Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

riep den Heiland te hulp, en dezelfde man, wien straks de verschrikkelijkste toestand te wachten stond, nam die hulp aan, geloofde den Heiland op Zijn woord, boog slechts het hoofd en - terstond was hij m het Paradijs overgebracht en behouden. Onderzoek de rift, mevrouw. Van allen, die daarin als geloovigen beschreven worden, zal het u duidelijk worden, dat zij niet zalig zijn geworden omdat zij iets deden, maar omdat zij geloofden. Neen, de mensch kan de zaligheid niet verdienen; zij is een gave der genade. Laat a\ 11 r een kleine gelijkenis ophelderen.

„Al wat God doet, draagt den koninklijken stempel, alles doet Jtlij op koninklijke wijze. Er was eens een arme vrouw, die voor de vensters eener koninklijke oranjerie stond, 't Was in het midden van den winter, en geen bloem zag men op het veld, ook geen vruchten aan de boomen. Maar in de broeikas hing een heerlijke tros druiven, die zich koesterde in de heldere stralen der winterzon en gevoed werd door kunstmatige warmte. De arme vrouw zag dien tros en begon te watertanden. Zij fluisterde tot zich zelve: „O, kon ik dien heerlijken tros krijgen voor mijn ziek kind!" Zij ging'naar huis, zette zich aan haar spinnewiel, en spon dag en nacht totdat zij ongeveer twee gulden bij elkander had. Nu ging zij naar des konings hovenier en bood hem die som aan voor den tros druiven • maar de hovenier ontving haar onvriendelijk en zei, dat zij niet terug mocht komen. Zij dacht bij zich zelve: „Dat zal zijn, omdat ik te weinig geld heb." Daarom keerde zij weder naar huis en zag haar vertrek eens rond, in de hoop iets te vinden, dat zij wel kon missen, om de som te vermeerderen.'t Was een strenge winter; nochtans meende zij, dat zij wel een paar weken zonder wollen deken zou kunnen slapen. Zij bracht de deken naar de bank van leening, kreeg er een daalder voor, en ging nu met het dubbele geld naar des konings tuin. De hovenier echter bejegende haar ruw, nam haar bij den arm en zette haar buiten de deur. • "P'' ge!?™rde ïuist °P een oogenblik, dat de dochter des konings m de nabijheid was, en toen zij de booze woorden van den tuinman en de klacht der arme vrouw hoorde, liep zij toe, om te vernemen, wat er gaande was. En toen de vrouw haar de geschiedenis had verteld, zei de edele prinses met een glimlach: „Lieve vrouw, gij verkeert in een groote dwaling. Mijn vader is geen koopman, maar een koning. ^ Het is hem niet te doen om te verkoopen, maar om te geven.' Hierop plukte zij den druiventros en stelde dien met een vriendelijk ^ woord de vrouw ter hand. Aldus verkreeg de vrouw als een vrije gift, wat het werken van vele dagen en nachten niet in staat was geweest haar te verschaffen."

De heer Gevers rustte een paar oogenblikken, zag Elise ernstig aan en hernam:

Sluiten