Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een traan glijdt langs zijne wang.

Was die traan een uiting van berouw of van smartgevoel bij zulk een wederzien?

„Houd moed, Frans!" zeide zij. „De Heere is machtig, je weer op te richten."

Nu neemt ze de hand van de kleine Mina en leidt het kind naar haren vader. Zij heeft haar geleerd, wat zij hem zeggen moet. Maar 't kind is schroomvallig. Het kent den man niet, die daar hulpeloos neerligt, en slechts op herhaalde aansporing van haar mama lispelt ze zachtjes:

„Lieve pa."

De kranke wordt naar zijne woning overgebracht en in het voor hem gereedgemaakte bed gelegd, 't ls smartelijk voor hem. Zelfs de liefde, waarmede hij hier ontvangen wordt, is voor hem pijnlijk. Hij gevoelt, dat hij ze niet waardig is, en opnieuw glijdt hem een traan langs de wang.

De geneesheer wordt spoedig ontboden, maar kan weinig zeggen. Hij schudt bedenkelijk het hoofd, en als Elise bij hem aanhoudt haar niets te verzwijgen, geeft" hij te kennen, dat, hoewel er geen oogenblikkelijk levensgevaar aanwezig is, de toestand van den kranke echter geen hoop op herstel geeft. Misschien zullen er nog weken, zelfs maanden verloopen, dat hij zoo machteloos moet nederliggen; maar even mogelijk is het, dat de lijder, ten gevolge van zijn ontredderd zenuwgestel, plotseling bezwijkt.

Elise had deze verklaring kalm aangehoord. Zij dacht daarbij: wat bij de menschen onmogelijk is en wat kunst en wetenschap niet vermogen, is mogelijk bij God. De liefde hoopt en verwacht alle dingen.

En van dit oogenblik af neemt zij het vaste besluit: werkzaam te zijn tot heil van haren man.

Zij week dan ook geen uur van zijn sponde, verzorgde hem als een kind, dat de moederlijke hulp noodig heeft, en ontwikkelde een werkzaamheid en een geestkracht, waartoe zij zich eenige jaren te voren niet in staat zou hebben geacht. Maar hare kracht kwam van God, en Elise ondervond het, dat de liefde eener vrouw werkzamer is bij het ziekbed van haren man dan te midden van vermaken.

De geneesheer had haar gezegd, dat de lijder de meest mogelijke rust behoefde, en in de eerste dagen vermoeide zij hem dan ook niet met gesprekken. Maar toch, geheel zwijgen — zwijgen van 'tgeen zij voor hem noodiger achtte dan alle medicijn, — kon en mocht zij niet. De kabbelende beek kan haar gemurmel niet inhouden. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Zij deelde hem mede, hoe zij tot het geloof in den levenden Heiland gekomen was. Zij had de draden harer illusiën vastgebonden aan

Sluiten