Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Zou toch goed voor je wezen .... meende ik niet beter te kunnen doen dan mijne krullen in papillotten te zetten.... Bousum is zoo goed, zoo zorgzaam voor mij! Hij had een heel pak Haarlemsche Couranten voor mij klaargelegd.... 't Is er kostelijk papier voor. Als u ze soms noodig hebt. .. maar 't is waar ook, u draagt geen krullen ... Nu, ook goed. Ik zit dan stiltetjes op mijn stoel, heb al een paar krullen ingewikkeld .... daar opeens wordt er zoo hard aan de voordeur gescheld, dat ik er van opspring en van schrik al de couranten van

de tafel laat glijden Als mijn broer Daniël nog leefde, zou hij

zeker zeggen: Dat komt er van, als men zoo schrikachtig is. Maar mijn goede broer heeft nooit geweten, wat er in een vrouwenhart

kan omgaan. Dat zal u zeker met mij eens zijn, niet waar?

Bousum, prikt je das je weer?.... U moet weten, mevrouw, dat Bousum zich die zwarte stropdassen niet kan afwennen. Die stropdassen zitten vol baleintjes en telkens dringt er zoo'n baleintje door den rand heen en prikt hem in den hals.... Is 't niet zoo, Bousum?"

De gewezen inspecteur wringt den wijsvinger tusschen hals en das en geeft te kennen, dat alles in orde is.

„Neen," vervolgde zij, „dat wist mijn broer niet, anders zou hij ook wel opgeschrikt zijn."

„Maar wat gebeurde er dan?" vroeg Elise.

„Wel, ik vlieg naar de deur, niet anders denkende dan dat er brand was. U weet wel, ik heb al eens een brand bijgewoond, en zoo'n schrik gaat je niet in de kleeren zitten. Ik heb de deur geopend en wil de trap afgaan, om te weten, wie daar gescheld heeft, maar bij ongeluk vergat ik het kleine afstapje, struikelde, viel en verzwikte daarbij mijn voet. Gelukkig hoorde ik, dat de meid thuis kwam, die mij mededeelde, dat er een straatjongen aan de bel had getrokken en lachend weggeloopen was. „Hij had een puistje gevangen!" zei ze. Maar ik was er het slachtoffer van en ben er veertien dagen mooi mee geweest. Al dien tijd moest ik met mijn voet op een kussen zitten. En toen eerst heb ik de waarde van een man leeren kennen.... Niet waar, Bousum ? Je hebt me trouw geholpen, en je wist al niet, waarmede je mij plezier kondt doen

Bousum, heb je geen hoofdpijn? Wil ik je wat eau de Cologne geven?"

Bousum gaf te kennen, dat hij heel wel was, en schoof de réticule terug, die zij hem aanbood.

„En wat hoor ik!" ging zij voort, met het kopje thee nog aan de lippen. „U wilt naar buiten gaan?.... Toch niet alleen?"

Elise herinnerde haar, dat zij een dochtertje had.

„O, 'tis waar ook! 't Kind slaapt zeker."

Zoo iets vond zij ook maar 't beste; van kinderen hield zij nu eenmaal niet.

„En 'k neem onze trouwe Hanne ook mede," hernam Elise. „Ik heb

Sluiten