Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij had zich niet vergist. 'tWas inderdaad Herman. Hij wist, dat zij hier vertoefde, had haar reeds meer dan eens gezien, maar steeds op eerbiedigen afstand, en met opzet de geliefkoosde plekjes vermeden die zij gewoonlijk bezocht.

Maar waartoe hield hij zich dan zoo terug?

Wenschte hij haar dan niet van meer nabij te zien? Verlangde hij niet met haar te spreken?

Gewis. Maar hij had geleerd te wachten, en wilde de gelegenheid niet vooruitloopen.

In gedachten verzonken, wandelde hij nu hier, dan daar rond, totdat hg, op het smalle pad gekomen, haar eensklaps gewaarwerd.

Een ander zou dit een toeval noemen, maar voor Herman bestond zoo iets niet. Hij hield zich vast overtuigd, dat alle dingen door God bestuurd worden.

Hij trad dan ook niet terug, maar wandelde langzaam voort, totdat hg voor haar stond. Hij groette haar en zeide:

«Het verblijdt mij, u hier te midden van de bosschen te zien; maar het bevreemdt mij geenszins, want zij waren eens de schouwplaats van uw kinderlijk geluk, met al de zoete herinneringen daaraan verbonden. Zij hebben u gewis aangetrokken.*

„O ja, antwoordde Elise, blozende en beschroomd.

Zij wist eigenlijk niet, wat zij meer zou zeggen. Toch liet zij er nog zacht op volgen:

„Maar ik vind zooveel veranderd!"

„Dat is het lot van alles, wat deze aarde oplevert, mevrouw," zeide bij. „Hier, op deze wereld, is er voor bestendigheid geen plaats. Die moeten wij zoeken daar, waar ook geen schaduw van verandering aanwezig is en dood noch verderf binnendringen. Daar zal het heerlijk zijn ! Gelooft u dat ook?"

Elise knikte toestemmend, maar bleef verlegen voor zich staren.

„Doch," ging hij voort, terwijl hij met haar het pad opwandelde^ "Ru .wïJ eenrt}aal een beweeglijke aarde bewonen en ook wij zeiven allerlei lotswisselingen ondergaan, moeten wij elke verandering van de lichtste zijde beschouwen, en gelooven, dat zij aldus door God voorbereid is. Ook de droevigste gebeurtenis in ons leven geschiedt niet zonder Zijn wil."

„Dat is zoo," zeide Elise, „maar het kost ons tranen, dit altijd te gelooven." J

„Zeer juist, maar als die tranen weggewischt zijn, blijft de blijdschap over. Wij hebben immers de belofte, dat de blijdschap niet van ons weggenomen zal worden. De Heere is met ons en verkwikt ons m onze droefheid."

Elise wischte een traan weg, die in hare oogen blonk. Zij erkende de waarheid zijner woorden.

Sluiten