Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

_ „Wat is het, Hanne?" vraagt zij, opspringende en angstig rondziende. Haar eerste gedachten waren op haar kind gericht, dat zij niet zoo dadelijk zag. Maar gelukkig, Mina was dicht bij haar.

,Wat is het, Hanne?" herhaalde zij.

,0, mevrouw," antwoordde Hanne, wier lichaam beefde, „er is op den straatweg een ongeluk gebeurd; maar wat het is, weet ik niet. 't Moet echter verschrikkelijk zijn. De knechts en de hotelhouder zijn er heen om te helpen. Ach, als er maar niemand bij omgekomen is!"

„Misschien zal 't zoo erg niet zijn," meende Elise, die, met Mina aan de hand, den tuin verliet en het hotel binnentrad. „Laat je een glas water geven, en blijf bij ons.'

Toen zij de gang inkwam, was daar alles in beweging. Gasten en dienstboden liepen door elkander en vroegen, wat er gebeurd was. Maar niemand kon een antwoord geven, totdat een der knechts terugkwam en haastig naar den stalknecht ging, wien hij opdroeg, terstond het karretje in te spannen en den geneesheer te halen.

Nu schaarden zich alle nieuwsgierigen om hem heen en luisterden naar zijn mededeeling, die echter slechts zeer onvolledig en haastig kon gegeven worden.

Een groote, ledige vrachtwagen was, op tien minuten afstands van ^ het hotel, op hol gegaan, misschien ten gevolge van een schrik der paarden, die door den dronken voerman niet tegengehouden konden worden. De wagen, die over den weg had geslingerd, was in botsing gekomen met een licht rijtuig, waarin een dame zat, die, van 't spoor komende, zich op weg bevond naar de stad. Zoo vreeselijk was die botsing geweest, dat het rijtuigje onderstboven geworpen en de koetsier van den bok geslingerd was. Gelukkig was hij er nog betrekkelijk goed afgekomen. Wat er van den vrachtwagen was geworden, wist hij niet; maar de voerman lag voor dood op den weg. Toen de knecht bij 't rijtuig was gekomen, zag hij, dat de koetsier bezig was de dame te helpen, maar niet vermocht dit alleen te doen. Daarop was de hotelhouder gekomen met een arbeider, en had nauwelijks de dame gezien, of hij had hem, den knecht, opgedragen, naar het hotel terug te gaan, om een geneesheer te ontbieden en kussens en dekens te halen.

Hiermede beladen, en gevolgd door sommige gasten, begaf hij zich weer ijlings naar de plaats des onheils. Elise bleef. Zij had genoeg te doen om Hanne tot bedaren te brengen en Mina in 't oog te houden. Zeer kalm was zij niet. Gedurig liep zij naar de voordeur en keek den weg op, in de verwachting, iets naders te zien. De knecht kende de dame niet; maar misschien zou de hotelhouder, die ginder aankwam, haar kunnen zeggen, wie de ongelukkige was. Hij rende haar echter haastig voorbij en droeg aan een dienstbode op, oogenblikkelijk de achterkamer gereed t,e

Sluiten