Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Verholen Minne.

1. Daar zouder een maged vroeg op gaan staan, Haar handetjes zoude zij wasschen klaar,

Ta in eenen pit vol zonne,

Totdat zij de beurze van haar schoon lief

Ja van verre gezwommen zag komen.

2. „Och, vader, huurt er mij eenen man, Die hem wel duiken en zwemmen kan, Die kan zwemmen al tot den gronde,

Totdat hij de beurze van mijn schoon lief Konne brengen in korte stonden."

3. De vader huurt er haar eenen man,

Die hem wel duiken en zwemmen kan.

En hij zwom er al tot den gronde,

Totdat hij de beurze van haar schoon lief Konde brengen in korte stonden.

Sluiten