Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

x, Men moeder en men vader,

Zij en onderhielen mij niet,

Zij en onderhielen mij niet.

Ze sloten mij tsnachts op de strate; Vandaar kwam ik gegaan: —

Nog en was ik niet kwalijk beradn.

2. Wat vond ik in mijn weugen?

Drij heeren zoo rijke van goed ,

Ja drij heeren zoo rijke van goed.

'k Heb hun 't goed en het geld afgenomen, Gedolven onder 't ijs: —

't Waren drij heeren al van Parijs.

3. Wat vond ik nog wat vordre?

Een mooi meisje van achttien jaar, Een mooi meisje van achttien jaar.

'k Hen ze bij haar handen genomen,

Gebonden aan een staak: —

't Was een mooi meisje van achttien jaar.

4. Als ik mijn loozen wille

Met dees fiere maagd hadde volbracht, Met dees fiere maagd hadde volbracht, 'k Hen ze wederom losgelaten,

'k Hen ze laten huiswaart gaan: —

't Was een mooi meisje van achttien jaar.

5. Toe Gent binnen de stede,

Waardat ik daar at en dronk,

Ja waardat ik daar at en dronk,

Toen kwam diezelve maged,

Ze brochte mij in affront: —

Ja waardat ik daar at en dronk.

VAR.: 5, 5. »»] een

Sluiten