Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Hij sprak tot 't haveloos meisje: „O immer, je zijt zoo zoet.

'k Zou geren met u trouwen,

Maar gij hebt te weinig goed, — Ja gij hebt te weinig goed."

4. — „Heb ik te weinig goed?

Daar zijn der zoo vele meer:

'k Zal in een klooster treden,

'k Zal dienen God den Heer; — Ja daar zijn der zoo vele meer."

5. Als zij in 't klooster was,

Haar vader en moeder was dood: Daar was geen rijker meisje Door heel ons landen groot: — Ja dat heeft den ruiter aanhoord.

6. Als hij dat hoorde zeggen,

Hij riep tot zijn stalknecht:

„Gaat haalt er mijn beste peerde Van viere, vijf of zes! —

Ja gaat haalt er mijn beste peerd!"

7. Als hij aan 't klooster kwam, Hij klopte daar op den ring.

Hij vroeg achter 't haveloos meisje, Die laast in 't klooster ging, — Ja die laast haar order ontving.

8. Zij zeiden: ,,'t Haveloos meisje? 't En mag niet komen hieruit. Het dient hier God den Heere, Ja Heere Jezus' bruid: —

Ja 't en mag niet komen hieruit."

3, 1. Men zingt Hamereus meisje in plaats van V haveloos meisje.

Sluiten