Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat 't onrecht zonder wederga

„Niet in vervulling ga.

„Zoekt ieder spinnewiel in 't land

„En spoort ze na op alle wijzen,

„Doorzoekt het rijk aan ied'ren kant,

„Zoo hutten als paleizen;

„En brengt ze dan alle mee,

„Zü worden vernield dan en verbrand

„Door ruwe beulenhand,

„Ten spijt van de booze fee".

Men deed hetgeen de vorst beval,

En dienaars en pages zonder tal,

Zij woelden in alle hoeken,

Waar wieltjes waren te zoeken.

Toen kwam men bijeen en zie,

Met wieltjes duizend en drie,

En alle werden verbrand

Door ruwe beulenhand.

„Nu booze vrouw, nu slechte fee,

„Trotseer ik uwe wraak,

„Breng gij uw spinnewiel nu maar mee,

„Volvoer dan uwe taak."

Zoo hoonde de Koning en pochte hij

En sedert ging menig jaar voorbij.

Het koningskind was opgegroeid

Tot eene schoone maagd,

En menig hart, in liefde ontgloeid,

Had liefde haar gevraagd.

Doch trots der feeén geschenken,

Kon ze aan geen vreugde denken;

Want bij dag en nacht

Hield er een wacht,

Zoo van meisjes als van vrouwen,

Haar binnen het slot gevangen,

Zoodat zij der bosschen en bergen pracht

Van ver slechts kon aanschouwen

Met innig groot verlangen.

Want sinds zij tot jonkvrouw was opgegroeid,

Werd door zorg de Koning ontrust en vermoeid

De uitgesproken voorspelling

Werd hem een ondraaglijke kwelling.

Toen om booze gedachten t' ontvlieden,

Zich de Koning ter jacht vermaakt,

Nam, als wel meer geschiedde,

't Slotpersoneel

Met plicht en eer

't Zoo nauw niet meer,

Sluiten