Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N°. 5.

Lied der Spinster.

't Blauwe bloempje staat in 't gras. Och, of 't alt\jd zomer was! Pas toch op, blauw bloemeiyn! Spoedig kan het einde zijn.

Draai dan, wieltje, vroolijk ding, Draai dan vroolijk, dans en spring.

Uit het blauwe bloemeiyn Spin ik draadjes teer en fijn, 't Draadje is een grijsje!

Wees voorzichtig, meisje!

Draai dan, wieltje, vroolijk ding; Draai dan vroolijk, dans en spring!

VOORDRACHT.

De laatste toon is voorbijgegaan

En reeds vangt het te scheem'ren aan.

„Nu durf ik niet langer wachten

„Om niet in 't bosch t'overnachten."

Zoo spreekt het schoone kind,

Wil huiswaarts gaan gezwind;

Daar hoort zij zacht en teeder

Het tooverwijsje weder.

En als door geesteshand gedreven,

En als door toovermacht omgeven,

Zoo komt bij 't droomend voorwaarts gaan

Zij in het torenhuisje aan.

En vindt daar binnen

Een vrouw aan 't spinnen.

(Het gezang klinkt opnieuw).

Uit het blauwe bloemelijn

Spin ik draadjes teer en fijn,

't Draadje is een grijsje!

Wees voorzichtig, meisje!

Draai dan, wieltje, vroolijk ding;

Draai dan vroolijk, dans en spring!

Sluiten