Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N°. 8.

1® §ag© ?aa B©@raf0@gje,

Diep in het bosch verscholen,

Daar staat een schoon kasteel,

Daar ligt in diepen sluimer De koningsstoet geheel.

Hy hoort niet 't gesuis der boomen, Hem deelen de sterren niets mee, Hij hoort niet 't gebruis der stroomen En niet het razen der zee.

En boven slaapt m haar kamer, Een meisje, teer en fijn,

Doornroosje noemt haar de sage, Een schooner kan er niet zijn. Zij hoort niet 't gesuis der boomen, Haar deelen de sterren niets mee, Zij hoort niet 't gebruis der stroomen En niet het razen der zee.

Wie zal de maagd bevrijden Uit deze toovermacht ?

Slechts hij, die, rein van harte, Kan breken deze kracht.

Hem buigen zich de blaren, Hem wijken de bezwaren;

En kust hy haar op den mond, Zoo wijkt de tooverkracht terstond.

Er slaapt in eenzame kamer, Een meisje, teer en fijn,

Doornroosje zegt de sage,

Een schooner kan er niet z^jn. Zij hoort niet 't gesuis der boomen, Haar deelen de sterren niets mee. Zij hoort niet 't gebruis der stroomen En niet het razen der zee.

Sluiten