Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het versiersel van de tilbury en het gareel te slaan, waarmede des middags zou worden deelgenomen aan de ringrijderij.

In stilte had hij zich al een keer of wat geoefend, om den stok door den ring te steken, niet zoo zeer om den prijs te halen, als wel om voor het publiek een niet al te gek figuur te slaan, wanneer bij matigen draf hetzelfde kunststukje onder toezicht der keurmeesters bij den aangebrachten handwijzer moest vertoond. Een vijftiental paren hadden zich hiervoor aangegeven, onder welke ook neef Sipke van Jonkershuizen met Trijn Wiersma en Aag wist hoe ook deze laatste door allerlei vóór-oefeningen bedrevenheid in het werk had zoeken te krijgen.

„Je niks, niemendal aantrekken, hoor Aag," zegt Hein, als in het middaguur dorpwaarts gereden wordt, hij met den hoogen hoed op, waarom een breede oranjesjerp, zij in een frisch licht blousje, voor deze gelegenheid zelf vervaardigd: „ik pas wel op 't paard en jou kijkt maar nergens naar dan naar den ring. Als je d'r negen hebt, dan kom je in aanmerking voor een prijs." —

„Je hebt goed praten" is haar antwoord, „'k wou dat ik de leidsels in handen mocht hebben, en jou dat kunstje eens vertoonen moest, 'k Wil je wel vertellen dat ik al zoo lief op het boenhout sta om het vaatwerk te schuren." —

„Kom, wat is dat nou, ik wed dat je ze d'r handig uitwippen zult, en meê van de meeste punten krijgt; 't zou de eerste keer van je leven wezen, geloof ik, als dit mislukte." —

„Jawel, dank je de heerlijkheid, maar 't is geen dagelijksch werk, jongen, en je moet niet vergeten, dat je zoo iets thuis, of als wij samen waren veel beter kunt doen, dan wanneer er zoovelen om heen staan. Je wordt dan onwillekeurig zenuwachtig, en als je hand maar even trilt, is 't mis. In elk geval moet je maar niet te hard rijden als we voor de paal zijn." —

„Jou zenuwachtig, lacht Hein, dat zou ik wel eens willen zien. Ben je dat wel eens eerder geweest Aag?" En ondeugend gaat hij dan verder: „O ja, verleden jaar bij den regenbak, toen ik je om een weinig drinken vroeg, en er ook nog wat anders plaats had. Weet je wel Aag, dat je toen een kleur kreeg als een bellefleur?" — „Nou zeg, hou je nou maar gauw stil, weet jóu wel, dat je toen stonden te stotteren, alsof je het spreken verleerd was, en je van de alterasie

Sluiten