Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weide, waar nog andere boerinnen samenkomen en van welker bovenzaal van avond een prachtig gezicht is te krijgen op hetgeen nog verder door het feestprogram beloofd wordt. „Zie zoo, zegt vrouw Jongema, daar zit ik, en daar kom ik voorloopig ook niet weer weg, je zoudt je de beenen uit het lid loopen". — „Nou het is al zoo, luidt het antwoord, ik geloof dat ik nog liever een heelen dag werk dan feest te vieren, wat wordt je daar dan toch möe van. We moeten maar een advokaatje hebben niet?" — „Jonge ja, dat is niet verkeerd, dan heb je zoowat eten en drinken tegelijk en het wekt meteen wat op. Als meester Vermeulen het dan maar niet ziet, wij zitten wel wat vlak voor het raam". — „Nou zeg, 't zal mijn zorg wezen, 'k durf hem wel te vragen als ik hem zie, of ik hem ook eens trakteeren zal. Je moet rekenen, een heele hoop van die lui zijn ook geheelonthouders omdat het hun begroot om het geld, maar als zij van een ander getrakteerd worden, dan vergeten ze wel eens hunne geheele onthouding."

„En met zoo n schoolmeester komt het ook niet zoo ruim om, moet je rekenen, een stuk of drie kinders die wat leeren moeten en dan nog wat stand er op na houden". — 't Is zooals je zegt, het valt wat af als alles met geld betaald moet worden. Mijn mans zuster is verleden jaar gaan rentenieren, maar zij zegt vaak: nou word ik nog eerst gewaar wat het leven kost. Vroeger, och heden, zooals boter en kaas en melk en room, daar gaven je nooit wat voor uit en was 't op, dan werd er maar gehaald, maar nou is 't wat anders. Een gulden is zóó maar weg". — „Affijn, het hindert hem niet, maar ik zeg maar, een heele boel van die kleine burgers en van die lui met vaste traktementen, dat valt niks mêe."

Zoo redeneerende kunnen deze twee het rustuur wel omkrijgen, vooral wanneer daar straks nog eenige kennissen bijkomen, en een tweede advokaatje schijnbaar nieuwe praatstof geeft.

Tegen zeven uur begint het drukker te worden, 't Buitenvolk komt op dezen mooien zomeravond nog opdagen, om getuige te zijn van het moois dat Longerga te zien geeft. Tal van fietslichten op den grintweg kondigen de komst van nieuwe feestgangers aan. In het dorp worden reeds de uithangende lampions en de vetglaasjes in de eerepoort ontstoken, 't Is een eenige avond voor een illuminatie. Geen windzuchtje wordt gevoeld, geen blaadje beweegt zich, alleen

Sluiten