Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

JTA afloop van het feest ging het er in „de Jachtweide" vroolijk toe.

Vj Een aantal jongelingen en meisjes, voor het meerendeel be^ hoorende tot den welvarenden boerenstand uit den omtrek van

Longerga, zwierden op de maat van den fedel van- en door elkaar, terwijl de verhitte aangezichten duidelijk te kennen gaven hoe de jeugdige paren opgingen in den dans.

En wij binne nou foar üs plesier En wij matte 'r us fan de flier. ')

Zoo klonk onophoudelijk de dreun der jolige menigte, en nauw was een dans ten einde, of de pianist, die met zijn rammelend instrument half verscholen zat achter eenige planten en vlaggedoek, zette opnieuw het een of andere kermislied in, dat andermaal de aanwezigen moest opwekken tot een nieuwe partij, 't Was den kastelein aan te zien, dat het hem naar den zin ging. Terwijl hij zelf aan het buffet heeft plaats genomen, loopen de bedienden met hun witte schortjes onafgebroken af en aan, om de ledige glaasjes te vullen. Wanneer straks het middernachtelijk uur geslagen heeft, en daarmede het einde van de pret is gekomen, zal hij een aardig stuivertje gebeurd en een zoet winstje gemaakt hebben. Wel heeft hij een zeer ontredderd huis, en als soms onder het gestamp der zware beenen, de zolder dreunt

') En wij zijn nu voor ons pleizier En wij moeten eens van de vloer.

Sluiten