Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Laat maar los Jan!" — „Wel thuis", wordt er door de achterblijvenden geroepen, om er echter op te laten volgen: „als dat goed komt, dan komt er meer goed."

Nu het komt goed, naar de meening van den veldwachter, den volgenden dag aan den herbergier verkondigd, omdat dronken lui en kleine kinderen bizonder bewaard worden. Het paard, dat naar eigen stal verlangt, kent echter den weg en ook zijn ruwen meester. Wel gaat het met razende snelheid de dorpstraat door, tot niet geringen schrik van Zwartenburg, die juist nog even uitkijkt, voor hij den scheersalon gaat sluiten, maar buiten de kom van het dorp gekomen wordt het beest rustiger, even als zijn bestuurder. De frissche nachtlucht, die hem in het verhitte gelaat waait, heeft een weldadigen invloed op het beneveld brein. Een loom gevoel trekt hem door de leden. Met moeite worden de lodderige oogen nog een korte poos open gehouden. Langzaam gaat de breede gestalte achterover hangen tegen de rugleuning. De handen liggen weldra slap op het spatkleed. Af en toe sluiten zich de zware oogleden. Vrouw Smynia zegt niets, maar houdt te meer een oog in 't zeil. Ongemerkt weet zij de leidsels in handen te krijgen, en zonder dat haar man het merkt, stuurt zij het makke paard naar huis.

Hoe hij uit het rijtuig gekomen en te bed geraakt is, weet Smynia den volgenden morgen zich niet meer te herinneren, evenmin hoe het paard op stal kwam, maar een kloppende hoofdpijn herinnert hem bij het ontwaken aan den treurigen afloop van den anders zoo schoonen feestdag.

't Spreekt van zelf, dat deze gebeurtenis den volgenden dag niet onbesproken bleef. Er waren te veel getuigen geweest van dit nachtelijk schandaal, en hoe gaarne sommigen 't geval ook zochten te bedekken, wist toch heel het dorp al ras, dat het slotstuk meer op een drama dan op een blijspel had geleken. Boer Jongema en vrouw betreurden zeer dezen afloop, niet het minst om vrouw Smynia, die al zooveel „te houden en te keeren" had. Notaris Van der Brug en Dr. Meijer vonden het gewoon weg een schandaal, dat een van de notabelste ingezetenen zich zoo te buiten was gegaan. De Gemeenteontvanger vreesde, dat dit juist koren op den molen van de Christelijken zou zijn en hierdoor heel de liberale partij in miscrediet zou

Sluiten