Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de Ringvergaderingen of als de Classis bijeen kwam, was dit meermalen aan het licht gekomen. Vooral wanneer de waarheden der H. Schrift of het wezen der kerk door dezen of gene der vrijzinnige predikanten werden aangerand, was haar man, die altijd zoo diep en teer voelde, voor alles wat heilig was, of de eere Gods bedoelde, meermalen in het vuur gekomen en had vooral de jongere collega's vermaand af te blijven van het Woord. Zij wist hoe hij er onder geleden had, dat de toestand der kerk in zoo menig opzicht in strijd was met hare belijdenis, en er zoowel onder de voorgangers als onder de gemeenteleden gevonden werden, die anders wandelden, van welke hij met den apostel ook weenende kon zeggen, dat zij vijanden waren van het kruis van Christus. Menschen, wier God was de buik, wier einde zou zijn het verderf, die hunne heerlijkheid zochten in hunne schande en aardsche dingen gingen bedenken. Wat had hij wel met droefheid gesproken over het verval in 't gemeentelijk leven. Wat ging het hem aan zijn hart dat door tal van reglementen en wetten de belijdenis werd dood gedrukt, of althans zóó ingesloten, dat haar kracht en beteekenis vaak niet kon worden uitgeleefd. Dat op het vreeselijke „in geest en hoofdzaak", allerlei wind van leer verkondigd werd, en velen zich bij de kerk aansloten, gelijk men lid kan worden van eene vereeniging of partij. Neen, de gemeenteklerk stond niet alleen met zijne gemoedsbezwaren, tegen vele dingen die moesten worden toegelaten, omdat nu eenmaal niet mogelijk was te handhaven wat toch krachtens oorsprong en beteekenis noodig was.

Ds Veringa meende door een getrouw getuigen te moeten volharden, ook in den kerkstrijd, om dan verder aan den Geest des Heeren de loutering en zuivering, en alzoo de uitwerking van het gepredikte Woord over te laten. Maar niet te min deed het hem pijn als hij af en toe moest ervaren, hoeveel er in ging tegen de gezonde leer. Zijn studeerkamer zou het kunnen getuigen, hoevele stille uren van inwendige worsteling hier waren doorgemaakt, en oude Bart, en Folkert van Vliet en meester Vermeulen wisten hier ook wel van, omdat zij meermalen daar met hem over het wezen en het wèl wezen

der kerk geredeneerd hadden.

En nu was hij heengegaan en rustte van zijnen arbeid, maar nu gebeurde het af en toe dat er op denzelfden kansel, waar sinds jaren

Sluiten