Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onvervalschte Woord Gods verkondigd was, een voorganger optrad, die ook een herder der kudde moest zijn, maar haar steenen gaf voor brood. Wel een schoone rede soms, vol goed bedoelde zedelessen voor het leven, maar waarin niets voorkwam van de wedergeboorte en bekeering, als eerste eisch om in te gaan in het Koninkrijk Gods, en van het bloed der Verzoening tot delging van de schuld gestort. Een prediking, maar in welke voor het Kruis van Christus geen plaats was, evenmin als voor het woordeke „genade", zooals baas Prik placht te zeggen.

Geen wonder dat dit vooral Mevrouw Veringa aan haar hart ging. De eerste maal had zij al de ringpredikanten gehoord en de modernen onder hen, na afloop van den dienst, gezegd waar het op stond, en hoe hun optreden in strijd was met wat haar man naar de Schriften verkondigd had. Maar de heeren hadden de schouders opgehaald en gesprokenover verschil van opinie, en over de bijbelkritiek en over nog vele andere dingen, waar zij toch niet over spreken kon.

Vooral dit laatste nu was oorzaak, dat zij zich steeds losser van de gemeente gevoelde, en toen daar nu de drang der kinderen bij kwam, om over te komen, was eindelijk het besluit genomen hieraan gehoor te geven. Wel zou het heengaan van hier, waar zooveel lief en leed was doorgemaakt, niet meê vallen, maar eens moest het er toch toe komen.

Daar kwam nog iets bij. Door haar vervroegd vertrek zou misschien ook eerder kunnen worden overgegaan tot het beroepen van een nieuwen leeraar, waaraan vooral voor Longerga veel gelegen lag.

Want op het oogenblik rustte dit werk nog op de schouders van den Kerkeraad, die in zijn geheel rechtzinnig was, maar op een volgend jaar zou de tien-jaarlijksche stemming moeten plaats hebben, waarbij moest worden uitgemaakt of dit recht aan dezen bleef, of aan een Kiescollege zou worden opgedragen, en indien dit laatste gebeurde, was het te voorzien, dat de vrijzinnige partij de overhand kreeg en dus een modern predikant beroepen werd. Dit nu, zou mevrouw Veringa nóch voor de gemeente, nóch ter eere van de nagedachtenis van haren man wenschen, en vandaar meteen haar vervroegd vertrek.

Als een loopend vuurtje ging het nieuws door het dorp, en vrouw

In de Branding j.

Sluiten