Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen stemde hij tegen diens voorstel, omdat hij persoonlijk niet sympathiseerde met de orthodoxe richting en dus ook niet met den arbeid, die er van haar uitging. Wat die quaestie van de pastoralia aanging, dat was iets wat zij als Kerkvoogden moeilijk konden uitmaken. Meenden de rechtzinnigen dat een deel der kerkgoederen werkelijk aan den predikant toekwam, dan zouden zij een proces aanhangig kunnen maken en moesten de advokaten dit maar uitvechten. Mocht de rechtbank dan later Dekema en de zijnen in het gelijk stellen, dan zou hij voor zich die goederen of gelden geen dag langer aan den rechtmatigen eigenaar willen onttrekken.

Zoo was men dien avond uiteengegaan en Smynia had gevoeld dat het gesprokene door Dekema voor de toekomst wel eens eene heele verandering in het kerkelijk beheer kon brengen.

Nü zouden ze weer moeten vergaderen, 't Was niet onmogelijk dat er andermaal geschilpunten ter tafel kwamen, maar na het gebeurde in de Jachtweide gevoelde hij zich lang niet zoo vrij in het spreken. Heimelijk was hij bang voor Dekema, juist omdat deze nooit kwaad werd, maar met dat al voet bij stuk hield, terwijl hij Jongema ook niet te best vertrouwde. Wel was deze niet fijn, maar meermalen was het hem opgevallen, dat hij meer oor had voor hetgeen de eigenaar van „Heerema-State" sprak, dan voor wat hij in het midden bracht. Goed beschouwd was het een vervelende boel, en hij zou wel een mooi ding willen geven, als men Dekema uit het college knikkerde.

En dan hadden je nog zijn eigen partijgenooten. Dr. Meijer bijv. die notabel was, mocht hem niet, dat had hij lang bemerkt. Toen hij verleden jaar met een verstuikte voet een dag of wat in de kussens gezeten had, ook een gevolg van een nachtelijk avontuur, waarbij de drank een groote rol speelde, was hem dit door den dokter in 't gezicht verweten, en had hij nog meer gezegd dat Smynia alles behalve aangenaam geweest was.

„Hij moest zich als fatsoenlijk en welgesteld man schamen om zulk een slecht voorbeeld te geven aan anderen en in de allereerste plaats aan zijne vrouw en kinderen denken. Deze werden de dupe van de historie. Voor ditmaal had hij hem nog eens geholpen, maar hij kon er zeker van zijn, dat als er weer zoo iets gebeurde, al brak hij beide beenen tegelijk, hij, Dr. Meijer, geen stap meer om hem loopen

Sluiten