Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer Kerkvoogd zal zijn, als er een orthodox predikant komt. Reeds jaren lang heeft hij als zoodanig dienst gedaan, gelijk ook zijn vader en grootvader. Laat eens kijken. Ja, 't zal zoo wat een 70 a 80 jaar geweest zijn, dat de longema's deze betrekking bekleeden. Onder het orgel in de kerk staat vermeld, dat het kerkgebouw in den jare 1835 is vernieuwd, en dan staat daar de naam van zijn grootvader onder, met sierlijke krulletters. En in den Bijbel, die trouwens zelden gebruikt wordt, ligt nog de mooie advertentie, destijds door het college van Kerkvoogden en Notabelen in de „Leeuwarder Courant" geplaatst.

En nu hij misschien met der tijd er uitgeknikkerd 1 Des Zondags niet meer zitten in de Kerkvoogdenbank, en zijn vrouw er ook uit, neen, daar moet hij niet aan denken.

„'t Wordt een lastig geval," zegt hij eindelijk. „Natuurlijk behoeven wij zoo staf en af hier niet over te beslissen, 't Beste komt mij voor, dat wij er eens kalm over nadenken, en bijv. met een dag of veertien eens vergaderen. Wat de een niet weet, weet een ander vaak. In elk geval ben ik er tegen, overhaast te handelen, en ook om in het geniep te werken. Wat het beroepingswerk aangaat, mij dunkt van ons als Kerkvoogden moet geen oppositie uitgaan. Wil men als partij optreden, dat is mij best, maar dan moet er maar een Kiesvereeniging of zoo iets gevormd worden; ik doe althans als Kerkvoogt niet meê."

„Daar heb je hem al," denkt Smynia; de zaak op de lange baan schuiven en als het er aan toe komt, zich netjes uitdraaien. Op zijn mooist overloopen naar de Christelijken." Toch, zal hij, om des vredes wil niet kunnen openbaren wat hij denkt. Hij moet Jongema op zijn hand houden of de heele zaak is verkeken.

„Zoo gij wilt," zegt hij, „ik houdt er anders maar van het ijzer te smeden als het heet is. Laten we dan maar afspreken, dat wij de volgende week Donderdag om 7 uur 's avonds vergaderen in de consistorie, en geef jou dan als je wilt, Dekema hiervan kennis."

Dit laatste neemt Jongema voor zijne rekening. Na nog over eenige andere dingen gesproken te hebben, wordt het tijd van heen gaan. In de kamp beginnen de koeien te loeien. Ze verlangen er naar, dat de volle uiers van hun last bevrijd worden.

Met de groeten voor zijne huisgenooten gaat Smynia langs het binnenpad naar „Grolda-State," onderweg mopperend over alles en

Sluiten