Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ondertusschen heeft Ernst vlug het orgel gesloten, om te trachten stilletjes weg te sluipen en het voorbeeld der andere kinderen te volgen, die reeds ter ruste gingen.

„Hoe gaat het met je jongen ?" vraagt evenwel vrouw Jongema, onderwijl zij hem van top tot teen opneemt, meteen voor de zooveelste maal opmerkende, hoe hij in zijn zacht gelaat de beeltenis zijner moeder heeft.

„Best vrouw" is 't bescheiden antwoord.

„En wat zal je worden Ernst?"

Bij deze vraag krijgt hij plotseling een hooge kleur en trekt verlegen de schouders op.

„Nu zeg het maar, wat je straks onder eten gezegd hebt", moedigt Dekema aan. Maar de knaap frommelt bedremmeld zijn zakdoek in elkaar, terwijl zijn onderlip bedenkelijk begint te trillen. Onwillekeurig wordt de nieuwsgierigheid der bezoekers hierdoor opgewekt en aller oog op den jongste in het gezelschap'gericht. Thans komt Aag evenwel tusschenbeide. Met de hand door zijn krullebol strijkende zegt zij: „toe vertel het maar, 'k wed dat Jongema en vrouw het flink zullen vinden." Dat woord moedigt hem wat op. Aag is zijn tweede moeder geworden. Hoewel slechts de eenvoudige plaats van eene dienstbode innemende, gevoelen de kinderen van de kleinste tot den grootste zich bij haar thuis en komen tot haar met al de kinderzorgen en kinderbegeerten, die anders aan het moederoor worden bekend gemaakt. Maar moeder is niet meer, en nu is Aag hun alles. Daarom is zij naar den mensch gesproken hier zoo onmisbaar.

„'k Zou graag dominé worden," klink het nu op zachten toon.

„Dominé!" roepen Jongema en vrouw tegelijk, hoe kom je daar aan? Heb je geen lust in het boerenvak?"

„'k Weet het niet," zegt Ernst, maar het is hem aan te zien dat hij liever heeft, dat men hierop niet verder ingaat. Nu neemt echter Dekema het woord.

„Ik geloof niet dat er een boer in hem zit," zegt hij. „Met de beesten bemoeit hij zich nooit, en het landwerk laat hem koud, maar als hij een boek benaderen kan, dan doet hij het. 't Zal wel op een studeeren moeten gaan, denk ik. Nu las ik straks de geschiedenis van den twaalfjarigen Jezus in den tempel. Hoe Hij tusschen de leeraren zat

Sluiten