Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op straat vertoefd kan worden, en anderzijds, omdat er ditmaal rijke stof is om het gesprek gaande te houden.

„'t Moet tegenwoordig ook weer erg kraken tusschen Duitschland en Engeland niet?" vraagt er een uit het gezelschap, die naar zijn uiterlijk te oordeelen tot het boerenvak behoort. — „Hoe zoo?" is de wedervraag. — „Nou, ik weet het niet en heb ook niet zooveel verstand van die hooge dingen, maar ik ben gister naar de Leeuwarder weekmarkt geweest en ving in den trein zoo een paar woorden op, waaruit dat viel af te leiden. Daar zaten een paar Hollandsche veekoopers tegenover mij die het er over hadden. Volgens hen kon het haast wel eens tot een uitbarsting tusschen deze beide Rijken komen".

„Gekheid allemaal, meent kleine Fier, die er zich op voor staat meer te weten dan menig ander, omdat hij als huisknecht bij Dr. Meijer nog al eens het „Nieuws van den Dag" in kijkt, groote honden bijten elkander niet. 't Is al jaren zoo geweest, dat het soms leek alsof de Duitschers en de Engelschen elkander in het haar zouden vliegen, maar als het er aan toekomt, trekt een van beide partijen wel bakzeil". — „Jullie moet ook niet vergeten, zegt Zwartenburg, terwijl hij den half geschoren klant een oogenblik aan zijn lot overlaat en midden in den salon plaats neemt, dat Duitschland en Engeland niet op zich zelf staan. Als onze Oostelijke buren de Engelschen te lijf willen gaan, dan krijgen zij het ook met Frankrijk aan den stok, waar nog altijd genoeg oud zeer zit vanaf 1870, en misschien kwam Rusland er dan ook nog wel bij te pas. En omgekeerd, wanneer de Engelschen op de Duitschers los willen, dan zou Oostenrijk-Hongarije, en Italië Duitschland gaan helpen. Daarom denk ik ook dat de hooge heeren zich wel tienmaal zullen bedenken, voor het eerste schot gelost wordt". — „Nou, ik weet het niet, herneemt de eerste spreker, maar naar wat ik hoorde is de toestand erg gespannen, 't Moeteen mirakel wezen hoe beide Rijken in den laatsten tijd bezig zijn om leger en vloot te versterken, en ook, hoe groote voorraad van alles en nog wat wordt opgeslagen, alsof men vreest dat er wel eens een tijd kan komen, waarop de invoer van buiten wordt stop gezet." — „'t Zou warempel niet best wezen, zegt Sjouke, bijgenaamd de mollenvanger, omdat hij in zijn vrijen tijd zich onledig houdt met het opsporen dier holbewoners, een arbeid die hem geen geringe bijverdienste geeft, sinds

Sluiten