Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral de wijze waarop de turfboer heeft geantwoord, om daarna aanstonds te vertrekken, wekt achterdocht. Daar komt bij dat het algemeen bekend is, hoe hij nog al bevriend is met Smynia. Booze tongen weten te vertellen dat zij beiden met den ouden smid nog al veel speculeeren in buitenlandsche papieren. Omdat de laatste, volgens vrouw Struik met een helm geboren is, weet hij vele dingen die voor een ander verborgen zijn, zoodat het rijk worden voor hem geen kunst is. Zelfs wordt er gefluisterd dat het drietal af en toe nachtelijke bijeenkomsten houdt, waarbij het soms wonder vreemd moet toegaan, en geheimzinnige machten werken. Hoe dit zij, in haat en vijandschap tegen al wat de waarheid lief heeft, doet de een voor den ander niet onder, waarom er dus alle oorzaak is, om achter het woord van den schipper iets te zoeken wat gereede aanleiding geeft voor alle mogelijke veronderstellingen. Inzonderheid heeft dat woord „ik zeg niks" op Hein een zeer onaangenamen indruk gemaakt. Hij kan het zich haast niet indenken, dat deze gemeente, waar Ds. Veringa lange jaren zoo ijverig en trouw het zaad van het goede Woord Gods heeft uitgestrooid, straks door de prediking des ongeloofs verwoest zal worden. Hij zit een oogenblik in stil nadenken verzonken.

't Wordt in den scheersalon stil, evenals straks. Alleen 't getik van de oude Friesche klok wordt gehoord en 't geschraap van 't scheermes, met onvermoeide hand nu reeds uren achtereen gehanteerd. Baas Zwartenburg geeft den moed op, om van avond zijn clientèle nog vroolijk te stemmen, 't Is van 't begin tot het einde een oorlogspraatje geweest, maar dat het niet bij een praatje blijft, althans niet voor zoover het den kerkstrijd in Longerga betreft, dat heeft onze barbier duidelijk gevoeld. En dan komt hij met zijn zaak wellicht ook in het gedrang, omdat hij zoo de man van alle partijen is. Daar is van avond gezegd, dat men met al zijn neutraliteit ook nog wel een klap kan krijgen, die hard genoeg aankomt. Maar Zwartenburg houdt niet van klappen, te meer niet waar hij met zijn corpulent lichaam een mikpunt is, dat licht geraakt wordt en bovendien zich zeer slecht in staat van verdediging kan brengen. Voor de zooveelste maal denkt hij onder de bedrijven door aan zijn lievelingsversje, dat zoo juist zijn standpunt weer geeft:

Sluiten